web analytics

Maand: juni 2020

Column: Buurtwinkel

Foto: Tim Mossholder op Unsplash – Gebruikt met toestemming

Hoewel wij het ons nog niet helemaal beseffen, staat de retail mogelijk op de drempel van een geheel nieuwe periode. Ontstaan door de coronacrisis? Of alleen maar versneld? Terwijl het voor veel winkeliers nog niet eens de tijd is om achterom te kijken en de wonden te likken, zie je de contouren van een nieuw winkellandschap al voorzichtig verschijnen. Gedeeltelijk verscholen in een mist van onzekerheid. Voor de uitbraak van het virus zag je al veel grote winkelketens omvallen.

Dixons. Ken je ze nog? De elektronicawinkels waar menigeen zijn of haar eerste computer heeft gekocht. De Headstart, zonder harde schijf en met virtueel geheugen. De winkels van Expo, Free Record Shop, Schoenenreus, V&D, Scheer & Foppe, Witteveen en Kijkshop. Om er slechts een paar te noemen. Allemaal verdwenen zonder dat er een mondkapje aan te pas kwam.

Buurtcentrum

De komende jaren zullen de gevolgen van corona op de winkelstraten van Nederland duidelijk gaan worden. De overheid doet op dit moment haar uiterste best om zoveel mogelijk bedrijven overeind te houden, maar dat zal in behoorlijk wat gevallen vergeefse moeite blijken te zijn. Ging het in 2019 al minder goed met je bedrijf, dan zal corona dit jaar mogelijk de doodsteek kunnen zijn. Vooral als je met je winkel in een duur stadscentrum zit. De winkels die het in de eerste maanden van corona goed doen zijn over het algemeen degene die in een buurtcentrum zitten. Die al jarenlang knokken om hun bestaansrecht te bewijzen en dat nabijgelegen stadscentrum soms hartgrondig hebben vervloekt. Nu is de situatie echter anders en waar ondernemers in voorheen drukke stadscentra wekenlang de deuren gesloten hebben gehouden, grepen die kleinere winkels hun kans.

Winkel om de hoek

De consument heeft de afgelopen maanden de winkel om de hoek weer herontdekt en hun eigen winkelcentrum opnieuw leren waarderen. Nieuw leven ingeblazen. Koop lokaal was wekenlang de kreet en daar gaven de consumenten massaal gehoor aan. Als Schiphol en de winkels bij de grote stations van de Nederlandse Spoorwegen weer hun deuren openen, zal een deel van de drukte daar zonder enige twijfel weer terugkeren. Het is echter de vraag of het in dezelfde aantallen als voorheen zal zijn. Net zoals het handen schudden mogelijk voor altijd zal verdwijnen, is de kans groot dat het thuiswerken niet gaat afnemen. Een hoop bedrijven hebben ontdekt dat het efficiënt is en dat dure kantoorpanden voor een deel niet meer nodig zijn. Minder reiskosten en een lager ziekteverzuim. Met een klein griepje kan je thuis best nog wel je werk doen. Het zal zorgen voor minder passagiers bij het openbaar vervoer, waar mensen die absoluut de 1.50 meter willen handhaven toch al niets te zoeken hebben. Automatisch gaat dat ook voor minder reizigers op NS-stations zorgen en dus lagere omzetten voor de daar aanwezige winkels. Wat weer in het voordeel zal zijn van de reeds genoemde buurtwinkels.

Gunfactor

Veel buurtwinkels zijn aangesloten bij grote bedrijven. Franchise. Als je winkel niet al te groot is, valt die huur doorgaans wel te behappen. Met de voordelen van een gezamenlijke inkoop en marketing kan je in de nieuwe toekomst waarschijnlijk een eind komen. Voor de rest is het aan de ondernemer zelf. Zorg – in mijn geval – als boekhandelaar voor een uitstekende service, laat die bestelling reeds de volgende dag arriveren, lever desnoods aan de deur van de klant en geef altijd weer het juiste advies. Geloof mij: daar kan geen webwinkel tegenop. Ik heb het in mijn columns hier al eerder gehad over de gunfactor. Die ligt op dit moment bij de buurtwinkels en je kan er zelf van alles aan doen om die te behouden.

Bob Dylan

Natuurlijk ga je straks weer klanten kwijtraken omdat die toch liever naar dat grotere winkelcentrum gaan. Of de noodzaak niet meer zien van het lokaal kopen in een stenen winkel en weer hun toevlucht zoeken naar het online shoppen. Een groot deel van de klanten die in het coronatijdperk de lokale winkels hebben gevonden, zullen deze echter trouw blijven. Omdat het best wel een leuke winkel is en ze een glimp van de toekomst hebben gezien. Een buurtcentrum zonder winkel. Om ’s nachts zwetend wakker van te worden. Dylan zong het al in 1964 BC. Before Corona.

The Times They Are A-Changin’

Column: Goeken

Foto: Javier Martinez op Unsplash – Gebruikt met toestemming

Maart 2011. FC Den Haag-Ajax. Een spannende wedstrijd waarbij het vlak voor tijd 2-2 stond. Ajax leek twee punten te gaan verspelen op weg naar de landstitel. Drie minuten voor tijd werd het nog erger toen Timothy Derijck de 3-2 achter keeper Jeroen Verhoeven wist te krijgen. Nog dezelfde avond kreeg ik een berichtje uit Gran Canaria. Van Feijenoord-fan Paul Goeken. Hij had door een technische storing de wedstrijd niet kunnen zien. Of ik hem de beelden wilde toesturen. Als het bestand te groot werd: de laatste drie minuten waren meer dan voldoende….

Ik leerde Paul Goeken ergens in 2003 kennen toen ik zijn boek Camouflage had gelezen en hem vergeleek met de Amerikaanse grootheid Clive Cussler. Hij was blij met de recensie al vond hij het gekscherend voor Cussler misschien een beetje te veel eer. Niet veel later ging de uitgeverij waar Goeken voor schreef failliet en leek er een vroeg einde te komen aan zijn carrière als thrillerauteur. Het was echter typerend voor Paul dat A.W. Bruna rond die tijd besloot om eindelijk weer aan de slag te gaan met Nederlandse auteurs. En wie werd de eerste die een contract kreeg?

Pieter van Vollenhoven

Hij begon aan een nieuwe serie boeken en ondertussen hielden Paul en ik veelvuldig contact. Eén of twee keer per jaar kwam hij vanuit zijn zonnige eiland naar Nederland en steevast stond hij dan plotseling bij Astrid en mij voor de deur. Gedenkwaardige avonden die voor ons alle drie steevast eindigde met buikpijn van het lachen. Paul had altijd prachtige verhalen en kwam veelvuldig in de meest doldwaze situaties terecht. Als voormalig duikinstructeur ging hij nog veel naar beurzen en juist hij kwam dan oog in oog te staan met duikliefhebber Pieter van Vollenhoven. Binnen een paar minuten stonden ze als ouwe vrienden op de foto en sindsdien staat ergens in een Nederlands paleis een gesigneerd exemplaar van zijn boek De Oversteek.

Als Paul niet zoveel tijd had na een bezoek aan Nederland dan spraken wij af in een restaurant op Schiphol. Kipsaté met patat. Vaste prik. We spraken dan over onze kinderen en uiteraard over ons werk. Ik vertelde op een avond dat het jammer was dat er niet meer Nederlandse auteurs waren die goedverkopende thrillers schreven. Je had in die tijd voornamelijk Saskia Noort, Esther Verhoef en Simone van der Vlugt, maar die schreven niet ieder jaar een nieuw boek. Paul had grote bewondering voor deze dames en kwam met een idee. “Wat nou als ik onder een vrouwennaam bestsellers ga schrijven?”

Natuurlijk, Paul….

Suzanne Vermeer

Zoiets zal mijn reactie zijn geweest. Hij was echter bloedserieus en voor je het wist waren we auteursnamen en boektitels aan het verzinnen. Bespraken wij hoe de omslagen eruit moesten gaan zien. Paul vertrok weer naar Gran Canaria en een jaar later lag “All Inclusive” in de winkel. De geboorte van Suzanne Vermeer. Speciaal geschreven voor de reizigers op Schiphol en volgens Paul zou het een gigantisch succes worden. Ik kocht het voor de winkels op Schiphol voorzichtig in. In een mum van tijd waren ze echter verkocht en uiteindelijk vlogen er dertigduizend exemplaren over de toonbank.

De volgende boeken kregen ook allemaal Schiphol titels maar begonnen ook buiten de luchthaven goed te verkopen. Paul werd een bestsellerauteur en kon zijn lol niet op. Al die slechte kritieken die hij kreeg vanuit de literaire wereld terwijl de boeken zelf niet aan te slepen waren. Hij genoot met volle teugen en zijn volgende doel werd om de nummer één van Nederland te gaan worden. Dat bereikte hij uiteindelijk een week of twee na zijn overlijden. Begin 2011 vertelde hij dat hij kanker had maar dat niemand zich zorgen moest maken. Hij zou het winnen en minimaal tachtig jaar worden. Helaas was het hem niet gegeven. Half juni raakte hij in coma en binnen een week was Paul overleden.

Erfenis

Het is nog steeds niet te bevatten. Paul Goeken. Ik mis hem verschrikkelijk en probeer op alle mogelijke manieren zijn herinnering levend te houden. De boeken van Suzanne Vermeer verschijnen nog steeds, inmiddels twee keer per jaar. Altijd bestsellers. De erfenis van Paul Goeken. Wat jammer dat hij er maar zo kort van heeft kunnen genieten.

Paul Goeken: 4 oktober 1962 – 21 juni 2011

 

Column: Noord

Toen mijn moeder in haar laatste levensfase zat en door een afschuwelijke ziekte niet meer in haar eigen woning kon blijven, werd zij opgenomen in een hospice in Amsterdam-Noord. Ook mijn dementerende vader kon daar tijdelijk terecht. De verzorging van met name mijn moeder door de voornamelijk Surinaamse medewerksters was hartverscheurend mooi.

Ik kan daar met een enorme ontroering op terugkijken en ben de mensen die dagelijks bij haar waren voor eeuwig dankbaar. Amsterdam-Noord was niet de plek die mijn moeder zou hebben gekozen om haar laatste adem uit te blazen. Ze had haar hele leven in Amsterdam gewoond. Van de melkwinkel van mijn opa en oma in de Frans Halsstraat naar de Eerste Jacob van Campenstraat. Praktisch om de hoek. Vervolgens naar Geuzenveld en uiteindelijk naar haar zo geliefde eengezinswoning in Reigersbos. Daar was ze gelukkig. Daar had ze willen sterven. Niet in Amsterdam-Noord.

Voordat mijn ouders naar het verzorgingstehuis in Noord vertrokken, kwam ik daar eigenlijk nooit. In 2010 veranderde dat radicaal en liep ik plotseling meerdere malen per week in de buurt van het Buikslotermeerplein. Het nabijgelegen winkelcentrum viel mij niet tegen en ik bezocht een aantal keer boekhandel Van Noord, de mooie winkel van Frank Reijgwart met een heerlijke uitstraling. Het soort boekwinkel waar ik doorgaans wel gelukkig van kan worden. Ik was net vertrokken bij AKO na achttien jaar op Schiphol te hebben gewerkt. Ik had werkelijk nog geen flauw idee wat ik wilde gaan doen. Na het overlijden van mijn moeder kreeg mijn vader een plek in een verzorgingstehuis in Amsterdam-Zuidoost, dicht bij het voor hem zo vertrouwde Reigersbos. Bij mij was inmiddels het idee ontstaan om mijn eigen boekwinkel te beginnen en het was in eerste instantie nog zoeken naar een goede locatie, bij voorkeur in – de buurt van – Almere. Jaren eerder was ik met Kim Moelands de website Ezzulia begonnen, welke was uitgegroeid tot de grootste boekensite van Nederland. Een tiental geweldige vrijwilligers en liefhebbers van boeken deden in een aantal jaar honderden interviews met bekende en minder bekende (inter)nationale auteurs. Eén van hen was Natascha van der Stelt.

Toen ik op een gegeven moment in een vergevorderd stadium kwam om de oudste boekwinkel in Almere over te nemen, besloot ik mij goed te oriënteren in boekenland. Een eigen winkel is iets anders dan eindverantwoordelijk zijn voor een kleine twintig winkels op Schiphol. Ik sprak hier onder andere met Natascha over, die mij vertelde dat haar man eigenaar was van de boekwinkel op het Buikslotermeerplein. In Amsterdam-Noord. Ze nodigde mij uit om langs te komen en samen met haar en Frank te praten over de voor- en nadelen van een eigen winkel. Onder het genot van een kop koffie spraken wij een uurtje bij de Hema en kreeg ik dankzij hen een veel duidelijker beeld van wat het in hield om zelfstandig ondernemer te worden.

Terug in Amsterdam-Noord riep herinneringen op aan mijn moeder. Ik miste haar nog meer dan normaal. Ze zou het zo geweldig hebben gevonden als ze wist dat haar middelste zoon z’n eigen boekwinkel zou openen. Ze was gek op boeken en heeft die liefde onvoorwaardelijk overgedragen op al haar kinderen. De twijfel die ik misschien nog had was die dag verdwenen. Niet alleen door Natascha en Frank, maar ook door mijn eigen moeder. Dit was mijn toekomst, deze kant moest ik op met mijn leven.

Nu mijn winkel zeven jaar bestaat en beter gaat dan ooit is de gedachte aan mijn moeder nooit ver weg. Wat is het jammer dat ze dit nooit heeft gezien. Wat zou ze het mooi hebben gevonden. Wat zou ze trots zijn geweest. Ze is in Amsterdam geboren en getogen, daar lag haar hart. Ze overleed in haar eigen stad, maar niet op de plek die ze zelf zou hebben uitgezocht. Als ik ’s ochtends voor openingstijd in alle rust en stilte door mijn winkeltje loop, betrap ik mij er vaak op dat ik tegen haar praat. Ik ben geen gelovig mens. Toch heb ik op de één of andere manier het idee dat zij bij mij is en het best wel naar haar zin heeft in Almere-Haven. Net als ik. Het maakt het leven nét weer een tikkeltje mooier.

 

(Foto: Azhar J op Unsplash – Gebruikt met toestemming)

Column: Nachtmerries

Foto: Artem Maltsev op Unsplash – Gebruikt met toestemming

“Ik heb bij jou toch die boeken van Arlidge en Adler-Olsen gekocht?” Een vaste klant staat voor mijn toonbank. Ik kan mij zijn aankopen inderdaad nog goed herinneren. Een meneer die bijna nooit boeken las en van zijn vrouw min of meer moest gaan lezen. Ik adviseerde het eerste deel van M.J. Arlidge en binnen een mum van tijd had hij de hele serie verslonden. Daarna volgde “Leven en dood” van Michael Robotham en vervolgens de serie van Jussi Adler-Olsen.

De boeken hebben een enorme leeshonger bij hem aangewakkerd waardoor hij soms in de winkel verzucht hoeveel spijt hij heeft dat hij jarenlang ’s avonds op de bank heeft gezeten om naar nietszeggende programma’s te kijken.

“Ik heb niets meer te lezen!”

Een zin waarvan hij tot een paar maanden geleden nooit had gedacht dat hij hem zou uitspreken. Hij kijkt mij verwachtingsvol aan. Zo gaat het al een tijdje. Hij vraagt advies, koopt een of meerdere boeken en komt dan weer terug voor meer. Tot dusver was ieder advies een schot in de roos, maar ooit gaat het natuurlijk een keer mis. Vooral bij het aanbevelen van boeken die je zelf niet hebt gelezen is er een bepaald risico. Zelf lees ik veel, maar alles door elkaar. Thrillers, fantasy, romans, Young Adult. Zelfs een dichtbundel op zijn tijd is mij niet vreemd, hoewel het wel beperkt blijft tot Levi Weemoedt of Hans Dorrestein.

Robert Bryndza

“Ik weet wel een goede serie voor u.” Ik loop naar de boekentafel en laat hem de serie zien van Robert Bryndza. De in Slowakije woonachtige Brit knalde een paar jaar geleden uit de statblokken met “Het meisje in het ijs”. Het was het eerste deel in een serie over inspecteur Erika Foster. Hij wordt vergeleken met M.J. Arlidge en daarom uitermate geschikt voor mijn klant. Hij pakt het boek op en bekijkt de achterkant. “Ja, dat is inderdaad wel wat. Zes delen, dat is ook wel lekker. Wat heb je nog meer?” Ik laat hem ook de driedelige serie van J.D. Barker zien over inspecteur Sam Porter. Het is een bloedspannende serie over een seriemoordenaar die Dr. Hannibal Lecter naar de kroon steekt. Volgens een kreet op één van de drie boeken liggen er nachtmerries voor de lezers op de loer.

“Je maakt het mij wel lastig, Allebei deze serie lijken mij geweldig.” Ik kan het alleen maar beamen. De serie over Sam Porter ben ik zelf aan het lezen en hoewel de nachtmerries mij nog niet hebben bereikt, heeft het eerste deel mij wel behoorlijk in de ban. “Ik begin met die boeken van Bryndza.” De achternaam van de auteur krijgt een onherkenbare klank waarbij ik moet aantekenen die ik mij er zelf ook nooit aan waag. Bij mijn klant klinkt het een beetje als Brinta, maar ik begrijp welke hij wil. Ik pak het eerste deel en loop er mee naar de toonbank. Mijn klant loopt achter mij aan en legt ook de andere delen neer. “Je weet toch dat een deel niet genoeg is?”. Hij kijkt mij met een inmiddels vertrouwde glimlach aan. “Als ik ze allemaal koop dan scheelt het mij weer een paar ritjes naar het centrum.” Met Arlidge en Adler-Olsen ging het inderdaad ook op deze manier.

A.J. Arlidge

“Die andere serie mag je voor mij apart houden, die kom ik halen als ik deze uit heb. En er komt ook nog een nieuw deel uit van Arlidge. Die wil ik ook graag hebben, samen met dat geschenkboekje. Die is ook van hem.” Ik beloof dat ik ze zal reserveren. “Heeft u er wel eens aan gedacht om tussendoor ook eens iets anders te lezen?”, vraag ik nadat hij heeft afgerekend. Hij kijkt mij vragend aan. Ik vertel hem dat hij nu alleen thrillers leest en dat daar helemaal niets mis mee is. Na zoveel moord en doodslag is het echter ook wel eens leuk om een roman te lezen. Het kan voor iedere lezer een geheel nieuwe wereld openen als je het aandurft om je horizon een tikkeltje te verbreden.  Hij kijkt mij langdurig aan. “Tja”, zegt hij tenslotte. “Mijn vrouw heeft dat ook al eens gezegd. Zelf leest ze van alles, vooral die Riley, maar dat is niets voor mij.” Dat begrijp ik, maar er zijn heel veel mooie boeken waarvan ik bijna zeker weet dat u ze ook zal waarderen. Gewoon iets om over na te denken. Zo niet, dan zijn er nog meer dan voldoende thrillers om u jaren zoet te houden. “Ik zal er over nadenken”, zegt hij.

J.D. Barker

Ik leg de boeken van J.D. Barker voor hem apart en maak een aantekening voor het nieuwe boek van Arlidge dat volgende week gaat verschijnen. Aan het eind van de dag gaat de telefoon. “Dat eerste deel is ontzettend spannend. Dat wilde ik even laten weten. Morgen komt mij vrouw langs en die wil graag zo’n roman lezen waar je het over had. Die heeft het nu wel even gehad met die Riley. Als zij het een mooi boek vind, dan ga ik hem ook lezen. Beloofd!”

Ik heb het hier al eerder gezegd, maar wat is het toch geweldig om de hele dag boeken te mogen verkopen.

Scroll naar top