web analytics

Maand: mei 2020

Column: Cruijff

Foto: Emilio Garcia op Unsplash – Gebruikt met toestemming

“Ik zoek een boek dat een beetje lijkt op die thrillers van Dan Brown. Spannend, met allemaal feiten die enigszins op waarheid zijn berust. Avontuurlijk en met een religieus tintje. Daar zijn er volgens mij niet zo heel veel van.” Een vaste klant komt mijn winkel binnen en steekt meteen van wal. Onlangs heeft hij in drie keer bijna alle boeken van Dan Brown gekocht. De edities van elf euro per stuk. Een mooie prijs waardoor veel mensen weer de weg naar de thrillers hebben gevonden.

Een zwager van hem had ze aangeraden toen bleek dat hij nog nooit iets van Dan Brown had gelezen. Hij kende eigenlijk alleen maar de twee films met Tom Hanks, die hij echter nooit helemaal heeft gezien. Een paar stukjes als hij ze tijdens het zappen weleens voorbij zag komen op televisie.

Tot dusver vroeg hij in de winkel nooit om hulp maar kocht standaard de nieuwe boeken van auteurs als Lee Child, David Baldacci, Michael Connelly, John Grisham en veel Scandinavische auteurs. Jo Nesbø was zijn favoriet, maar ook Indridason en Karin Fossum kocht hij altijd blind. De grote namen binnen het genre. Vroeger werkte hij bij de politie en sinds zijn pensioen is hij gaan lezen.

Jeroen Windmeijer

Ik loop met hem naar de thrillertafels en geef hem het laatste boek van Jeroen Windmeijer. ‘Het Isisgeheim’. Over een gouden beeldje van de Egyptische moedergodin dat al eeuwenlang een groot geheim met zich mee blijkt te dragen. Windmeijer schreef het samen met Jacob Slavenburg. “Dit is wel wat voor u, denk ik. Een uitstekende auteur die de laatste tijd behoorlijk aan de weg aan het timmeren is. Thrillers die wel een Dan Brown sausje hebben, maar toch ook uiterst origineel zijn. Intrigerende onderwerpen vooral en ook nog eens goed geschreven.” Mijn klant neemt het boek van mij over en leest vluchtig een deel van de achterkant. Ik zie dat het hem niet helemaal kan bekoren. Hij legt het terug op de stapel en ziet vervolgens dat er maar liefst vijf verschillende titels van Windmeijer op de tafel liggen. “Flinke stapels”, zegt hij.

Ik kan het alleen maar beamen. “Wij verkopen ze dan ook uitstekend”, zeg ik tegen hem. Mijn klant is duidelijk nog aan het twijfelen. “Het is misschien een beetje vreemd, maar ik lees eigenlijk nooit boeken van Nederlandse auteurs.” Hij kijkt mij enigszins verontschuldigend aan. “Ik weet niet waarom. Op de een of andere manier spreken ze mij gewoon niet aan. Baantjer heb ik wel eens gehad, maar dat vond ik helemaal niets.” Toch zie ik dat hij aan het twijfelen is. De boeken van Jeroen Windmeijer zien er spannend uit en ook mijn klant ziet wel degelijk dat er een bepaalde aantrekkingskracht van uit gaat.

“Er zijn anders heel veel geweldige Nederlandse auteurs”, zeg ik hem. “Ook heel veel minder goede, maar dat is in Amerika en Zweden niet anders. Daar heb je veel toppers en nog veel meer schrijvers die er niets van kunnen. Of in ieder geval minder aansprekend zijn. Die komen doorgaans niet in een vertaling naar Nederland.” Mijn klant knikt. Het klinkt logisch, maar hij is nog niet overtuigd.

“Wat nou als ik zeg dat Windmeijer uit Zuid-Afrika komt? Geboren en getogen in Kaapstad.”

Leiden en Oxford

“Oh… ja, daar heb ik niet aan gedacht. Dat kan natuurlijk ook nog. Ik lees graag Deon Meijer.” Hij pakt ‘Het Isisgeheim’ weer op en laat weer zijn blik over de achterkant gaan. “Leiden en Oxford”, mompelt hij.  Daarna pakt hij ‘De Bekentenissen van Petrus’ en leest de eerste pagina. “Doet u maar, de hele serie. Als u zegt dat het spannende boeken zijn die enigszins op Dan Brown lijken, dan geloof ik u meteen.” Ik schrik er een beetje van. In plaats van één boek meteen alle boeken van Jeroen Windmeijer. Dan moet je wel heel veel vertrouwen hebben in je lokale boekverkoper. Ik begin mij een beetje schuldig te voelen. “Als u het eerste boek niets mocht vinden, dan brengt u ze gewoon weer terug en dan lossen we het wel op.”

Een paar dagen later is hij weer terug.

Hij kijkt mij met een grote glimlach aan. “Leugenaar die je bent.” Ik begin ook te lachen, want ik weet wat hij gaat zeggen. Die Windmeijer is net zo Zuid-Afrikaans als dat ik uit Rusland kom. Ik knik met mijn hoofd. “Ja, dat weet ik ook wel. Ik heb alleen niet gezegd dat hij dat hij wél uit Zuid-Afrika kwam. Het was een hypothetische opmerking, maar ik wist bijna zeker dat u deze boeken goed zou vinden.” Hij kijkt mij geamuseerd aan. “Daarom kom ik hier ook zo graag”, zegt hij. “Jij kent mij als boekenlezer beter dan dat ik mijzelf ken. Je had helemaal gelijk. Dat eerste boek is spannend en zeer interessant. Ik ben iets over de helft en ga niets terugbrengen. Het is een schot in de roos.”

“Voor je het weet krijg ik u zover dat u alle boeken van Baantjer koopt.”

Rembrandt en Van Gogh

Mijn klant laat een bulderende lach horen. “Dat durf ik te betwijfelen. Met je opmerking over Zuid-Afrika ben ik er een beetje ingetrapt. Het slaat ook nergens op dat ik geen Nederlandse auteurs wil lezen. Dat komt volgens mij ook omdat ik op televisie die politieseries van eigen bodem maar niets vindt. Afschuwelijk zelfs. Mijn vrouw zegt dat ik niet goed snik ben. Waarom zou een Nederlandse auteur nou minder goed zijn dan een buitenlandse schrijver? Waren Rembrandt en Van Gogh minder dan Amerikaanse of Engelse schilders? Welke buitenlandse voetballer was nou beter dan Cruijff? Welke club uit Scandinavië kan Ajax verslaan?”

Ik kan het alleen maar beamen. Nederland telt opvallend veel uitstekende auteurs.

“U heeft een verstandige vrouw, meneer”, zeg ik hem. “En ze heeft nog verstand van voetballen ook.”

 

 

Column: Pretogen

Foto: Frans Ruiter op Unsplash – Gebruikt met toestemming

Hij was een lieve man. Op leeftijd. Met kleine pretogen. Hij kwam in het begin lopend de winkel binnen om pakketten naar zijn zoon in Brazilië te versturen. Dozen van vijf kilo of meer. Met ingewikkelde douaneformulieren. Al snel zagen wij dat het lopen niet meer zo makkelijk ging en het verbaasde ons dan ook niet toen hij plotseling in een scootmobiel zat. Om wéér een pakket naar zijn zoon te versturen, vol met pindakaas, hagelslag, drop en andere ‘noodzakelijkheden’ die ze in dat verre land niet konden krijgen. Soms kwam hij alleen maar langs om te vertellen dat het pakket al was aangekomen, terwijl het de vorige keer juist heel lang had geduurd. Meestal vanwege vertragingen bij de douane in Brazilië. Vaak kwam hij samen met zijn vrouw. Een schat van een mens. Zo eentje die iedereen als moeder zou willen hebben. Of minimaal als favoriete tante. 

In de eerste jaren van mijn winkel kwam hij vaak alleen. Blijkbaar een leuk uitje voor hem en de kans om even te kleppen over van alles en nog wat. Hij woonde vlakbij. Regelmatig keken wij via de track & trace code op de PostNL terminal voor hem na wat er met een pakket aan de hand was. Als het na een week of drie nog niet was aangekomen. Wij kwamen veel over hem te weten. Dat zijn zoon al jaren in Brazilië woonde, samen met zijn Braziliaanse vrouw. In een niet zo heel goede buurt en een behoorlijk eind verwijderd van een degelijke supermarkt. Niet alleen bleven de pakketten soms wat langer bij de douane liggen, af en toe bleek er ook een zak drop of een pak koekjes te zijn verdwenen. Daar kon bij hartelijk om lachen. De mensen bij de douane werden bijna liefkozend ‘een stelletje schurken’ genoemd. In de meeste gevallen ging het gelukkig goed.

Betere wijk

Op een dag kwam hij binnen en vertelde dat zijn zoon en schoondochter waren verhuisd naar een betere wijk. Vlak bij een supermarkt. Het versturen van pakketten was niet meer nodig. Daar was hij wel blij om. Ten eerste voor zijn zoon en schoondochter, maar ook omdat het versturen van die pakketten voor hem steeds zwaarder werd. Samen met zijn vrouw bleef hij echter gewoon langskomen. Soms reed hij alleen maar langs en toeterde net zo lang bij de voordeur tot wij hem zagen. Ook van die afstand waren de pretoogjes te zien. Een man die zo op het eerste gezicht lol had in het leven, ondanks dat het qua gezondheid steeds moeilijker ging.

Een paar maanden geleden kwamen zijn zoon en schoondochter naar Nederland. Uiteraard werden die in de winkel aan ons voorgesteld. Hier werden de pakketten altijd verzonden. Het was leuk om een beeld te hebben van degene over wie wij al jaren van alles hadden gehoord. Wij kregen toen ook voor het eerst te horen dat het niet meer zo goed met hem ging. Dat het binnenkort waarschijnlijk einde verhaal zou zijn. Hij was er wel klaar mee. Het was één van de redenen dat zijn zoon naar Nederland was gekomen. Om nog even te kunnen genieten van zijn vader.

Condoleancekaart

Een paar weken geleden ontvingen wij een condoleancekaart. Ons adres stond op de envelop en onderop was nog een extra opmerking geschreven. Groetjes van een trouwe klant in de scootmobiel. Op de kaart stond een foto van de Rozengracht en de Westerkerk. Als dit leven niet meer jouw leven is, is het goed om te gaan. Drieëntachtig jaar. Zijn vrouw kwam een paar dagen later nog even in de winkel. Ze hield zich dapper. Het verdriet was echter overduidelijk. Hij was er écht klaar mee, vertelde ze. Hij telde de minuten af. Helemaal op. Het is goed zo.

Hij was een klant zoals iedere winkel die wil hebben, al heeft hij volgens mij nooit een boek gekocht. Altijd post of een praatje. Hij heeft op ons allemaal echter een onvergetelijke en blijvende indruk gemaakt. Soms kwam hij langs met een doos gebak. Een zakje met nog warme gevulde koeken. In december een paar oliebollen. Vanwege de band die niet alleen wij maar ook hij wel degelijk voelde. Zo’n ontzettende lieve man. Ik schreef hier al eerder dat sommige klanten een klein beetje familie worden. Hij was daar een goed voorbeeld van. Net als zijn vrouw.

Servatius Hubertus Menten

Servatius Hubertus Menten. We gaan je missen. Almere-Haven zal nooit meer hetzelfde zijn. Het was voor ons een groot plezier en een enorm voorrecht je gekend te hebben en een klein onderdeel te zijn geweest van je leven. In verband met de coronamaatregelen vond het afscheid in slechts kleine kring plaats. Zijn zoon en schoondochter waren er niet bij.

Het is zoals het is….. Ik hoor het hem zo zeggen.

 

Column: Boeken

Foto: Ergita Sela op Unsplash – Gebruikt met toestemming

“Dit zijn werkelijk prachtige boeken, mevrouw.” Ik sta keurig op 1.50 meter afstand van een mevrouw die advies vraagt over de twee boeken van Téa Obreht die bij mij in de boekenkast staan. Het recente ‘Achterland’ en het al iets oudere ‘De tijgervrouw van Galina’. Ik heb in het kort iets over de inhoud verteld en tevens over de Servisch-Amerikaanse auteur die met haar eerste boek in 2011 de zeer prestigieuze Orange Prize for Fiction in de wacht wist te slepen. Toen mijn klant om hulp vroeg had ze beide boeken al in haar handen en ze leek te twijfelen welke van de twee ze zou gaan kopen.

Qua verhaal liggen beide boeken redelijk ver uit elkaar. De Tijgervrouw speelt zich af in de Balkan en is een mooi, boeiend en emotioneel familieverhaal vol lokale mythes en legenden. Achterland daarentegen speelt zich af in het oude, wilde westen van Amerika en heeft een wat trager ritme. Het gaat over bijgeloof en mysteries zoals die in Arizona en omringende staten aan het eind van de negentiende eeuw veelvuldig ontstonden en waarvan vele de tand des tijds enigszins hebben doorstaan. Zelf heb ik vooral van ‘Achterland’ genoten, mede omdat ik graag lees over die periode van de Amerikaanse geschiedenis.

Na enig nadenken kiest mijn klant voor ‘De Tijgervrouw van Galina’ met de belofte dat ze voor het andere boek zal terugkomen als het debuut van Obreht haar bevalt. Nadat ik het boek heb afgerekend en mijn klant nog een fijne dag heb gewenst komt de volgende klant naar mij toe. Ze had mij horen vertellen over de boeken van Téa Obreht en het recente ‘Achterland’ sprak haar meteen aan. “Ik kwam eerlijk gezegd voor de nieuwe VPRO gids, maar ik hoorde u zo vol passie over beide boeken vertellen, dat ik de winkel niet kan verlaten zonder een boek.” Ze pakt het nieuwe boek van Obreht uit de kast en leest ter bevestiging nog even de achterkant. Het besluit is snel genomen. Dit is een boek voor haar. Ze is altijd op zoek naar mooie verhalen over het Amerika van de negentiende eeuw. “In dat geval ga ik het u moeilijk maken, want ik heb nog een geweldig boek.”

Carys Davies

Ik pak het recent verschenen ’West’ van Carys Davies. Een episch debuut over grote dromen en verzwegen nachtmerries. Een quote van Het Parool welke ik alleen maar kan onderschrijven. Het is een briljant en meesterlijk geschreven roman over weduwnaar Cyrus Bellman die rond 1815 zijn dochter Bess verlaat om op zoek te gaan naar de reusachtige beenderen van  een nog onbekende diersoort die volgens de lokale krant ergens in Kentucky zijn gevonden. In het boek volgt de lezer zowel de vader als de dochter, die achterblijft onder de hoede van haar niet zo sympathieke tante Julie.

Terwijl ik in het kort vertel waarover het boek precies gaat, leest mijn klant de eerste regels van het verhaal. Ze kijkt mij aan en ik zie dat de beslissing al is gevallen. Naast de VPRO gids gaat ze ook met twee prachtige romans naar huis. Het komende uur help ik tientallen klanten die voornamelijk voor de PostNL balie komen. Pakketten, brieven en kaarten naar alle hoeken van de wereld. Zakelijk en privé. Familie en vrienden in binnen- en buitenland of retour pakketten voor Zalando en Bol. Het verstand kan op nul. Meer dan het intikken van postcodes en huisnummers is het niet. Het is een belangrijk onderdeel van mijn winkel, maar het is moeilijk om er echt een gevoel bij te krijgen. Er zitten vast hele verhalen achter maar je krijgt ze over het algemeen niet te horen. Gelukkig verkopen wij tussendoor ook nog tijdschriften, boeken en wenskaarten.

Delia Owens

’s Middags komt er een jongen bij de kassa met een lijstje voor Moederdag. Er staan drie titels op. Hij wil weten of wij er een of twee op voorraad hebben. We hebben ze alle drie. De nieuwe Nicci French, de net verschenen Jill Mansell en het al iets oudere ‘Daar waar de rivierkreeften zingen’ van Delia Owens. Een boek dat eerst als ‘Het moerasmeisje’ werd vertaald en internationaal alleen aandacht kreeg omdat de debutante de zeventig jaar reeds was gepasseerd. In Amerika dreigde het als veelbelovende roman een redelijk anonieme dood te sterven, tot actrice Reese Witherspoone het ontdekte en begon aan te prijzen. In korte tijd werden er in Amerika meer dan vijf miljoen exemplaren van verkocht en in Nederland werd het opnieuw uitgebracht met de originele omslag en een letterlijke vertaling van de titel. Het is een prachtig verhaal over een meisje dat alleen is opgegroeid in een moeras in North Carolina, afgesloten van de bewoonde wereld. Om in haar levensonderhoud te voorzien ruilt ze vis en groenten voor andere levensmiddelen. Als ze in aanraking komt met twee jongemannen uit de stad, ontdekt ze dat er ook een andere wereld is. Als één van de jongens vervolgens dood wordt gevonden, valt de verdenking meteen op haar.

Bloemen

“Ik zou deze nemen”, zeg ik tegen hem. “Een prachtig boek. Op Nicci French en Jill Mansell valt ook niets aan te merken, maar deze is van een geheel andere categorie. Geen boek dat je leest en weer vergeet.” De jongen kijkt mij wat achterdochtig aan. Die is het duurste zeker, vraagt hij met een glimlach. “Nee”, zeg ik. “Integendeel. Het is de goedkoopste van de drie. Het is echter ook de allermooiste. Een cadeau voor je moeder waar ze jou altijd dankbaar voor zal zijn.” Mijn klant ziet de prijs en bekijkt ook de andere twee boeken op zijn lijstje. “Dan kan je voor het verschil verderop bij de bloemist nog een bosje bloemen kopen”, zeg ik als voorstel. “Ook daar zal je moeder vast heel blij mee zijn.” Het idee slaat aan en ik pak het boek van de gepensioneerde biologe voor hem in.

Boeken verkopen…. Wat heb ik toch een geweldig vak.

 

Column: Verhaal

Foto door Nong Vang op Unsplash – Gebruikt met toestemming

Van één van de grootste boekenexperts in dienst van AKO Schiphol heb ik geleerd dat boekenkasten een verhaal moeten vertellen. Een uitspraak die ik nooit ben vergeten en altijd heb proberen toe te passen. In mijn tijd op Schiphol waren boekenkasten een zeldzaam fenomeen. De meeste boeken lagen op tafels omdat je in een kast simpelweg te weinig ruimte had voor grote aantallen. Ook waren er nauwelijks wanden om een kast tegenaan te plaatsen. Als er in een winkel achter de douane wél ruimte was voor een kast, dan deden wij altijd een poging het juiste verhaal te ontdekken en uit te dragen.

Bij Engelstalige managementboeken was het meestal vrij simpel: hoe kan jij een betere manager worden? Van alle honderden titels die wij daar op voorraad hadden was die vraag altijd de rode draad. Wat moet of kan jij doen om (nog) beter te worden in je werk. Als je jezelf een beetje gaat verdiepen in de managementboeken van bijvoorbeeld Kogan Page, Sunday Times, Harvard Business of The Economist ontdek je al snel dat dit bij deze uitgeverijen ook altijd de bestsellers zijn. De rest van het assortiment loopt mee op dat leidende thema.

Bij reisgidsen was het een andere vraag. Waar wil jij van hieruit naar toe? Je staat in een winkel op Schiphol en vanuit die desbetreffende lounge gaan bepaalde vluchten. Drie lounges, drie aparte karakters. Het had geen zin om in Lounge 1 boeken te plaatsen met reisgidsen over – bijvoorbeeld – Thailand, India of Japan. Simpelweg omdat de mensen in die Lounge bijna allemaal naar Europese vakantielanden vlogen. Die kochten de nieuwe Baantjer en een stapel tijdschriften. In Lounge 3 daarentegen had je weinig aan reisgidsen voor Londen, Madrid of Lissabon. Daar werd door de boekenkasten een heel ander verhaal verteld. Van verre bestemmingen, verloren beschavingen, exotische stranden en vele uren vliegen.

Murakami

In mijn eigen winkel heb ik de winkelwijsheid van kasten die een verhaal moeten vertellen ook zoveel mogelijk proberen te realiseren. Het ging samen met de ommekeer van mijn boekwinkel. Blijkbaar hadden de kasten niet alleen veel te vertellen, ze werden door de klanten in mijn winkel ook meteen begrepen. Er werd en wordt volop naar geluisterd. Ruim anderhalf jaar geleden zijn wij er mee begonnen. Het plaatsen van boekenkasten rondom de twee pilaren. De eerste kast vertelt het verhaal van Astrid en mij. Hierin staan voornamelijk de romans die grote indruk op ons hebben gemaakt en wij daarom iedereen kunnen en willen aanbevelen. Haruki Murakami. Alles wat maar leverbaar is. Niet zo zeer omdat het in Almere-Haven bovengemiddeld verkoopt, maar gewoon omdat het onze winkel is. Wij willen geen boekwinkel zonder Murakami. Ik zeker niet.

Er is een plank van Ian McEwan met nagenoeg al zijn romans. Verder veel of alles van Stephen Fry. Yuval Noah Harari. Carlos Ruiz Zafón. Philippe Claudel. John Maxwell Coetzee. Gabriel Garcia Márquez. Plank na plank met mooie boeken van uitmuntende auteurs. De één bekender dan de ander. Met zeer regelmatig nieuw bloed. Het prachtige debuut van Carys Davies is een blijvertje. Dat kan ik nu al garanderen.

Nederlandstalige literatuur

Een andere kast vertelt het verhaal van hoogstaande Nederlandstalige literatuur. Van Bordewijk, Van Eeden en Multatuli via Wolkers, Reve, Mulisch en Hermans naar ’t Hart, Brouwers, Van Dis en uiteindelijk Grunberg, Buwalda, Brokken, Boogers en Wieringa. Met excuus voor iedereen die ik niet heb genoemd maar van wie de boeken wel in deze kast staan. Het is een prachtig verhaal van Nederlands vakmanschap. Van trots en passie. Doorzettingsvermogen en geloof in eigen talent. Het klinkt luid en duidelijk in onze winkel en de inwoners van Almere-Haven kunnen er niet om heen. Net als wij hebben onze klanten deze kast inmiddels in hun hart gesloten.

Iedere kast moet z’n eigen verhaal vertellen. Wijze woorden en absoluut waar. Een verkoopster die in mijn tijd – en misschien nog wel steeds – op Schiphol werkte. Verantwoordelijk voor omzetstijgingen van vele miljoenen euro’s. Ongekend. Ik heb veel aan haar te danken gehad en gebruik haar voor de boekenwereld soms revolutionaire ideeën tot op de dag van vandaag. Boekenkasten die een verhaal moeten vertellen is in dat opzicht slechts één voorbeeld. Deze week gaan wij een test doen met Engelstalige boeken. In de afgelopen jaren hebben wij al een paar pogingen gedaan, maar nooit serieus. Een top tien. Zonder idee daarachter. Gewoon een paar losse buitenlandse boeken, verdwaald op een tafeltje. Tussen een Nederlandstalig assortiment. Onopvallend. Zonder verhaal. Ze wisten nooit de aandacht van onze klanten te trekken. Nu gaan we het beter aanpakken: een eigen kast. Vijf planken van ieder ongeveer vijfentwintig exemplaren. Met daarnaast nog een klein assortiment Young Adult die wij in de kast met Nederlandstalige boeken voor deze leeftijd gaan plaatsen. Omdat die kinderen alles door elkaar lezen. De taal waarin het is geschreven is voor hen meestal van ondergeschikt belang.

Eigen verhaal

De kast met ongeveer honderdvijfentwintig Engelse pockets gaat de komende paar weken op zoek naar haar eigen verhaal. Het startassortiment is samengesteld in samenwerking met Van Ditmar. De bestsellers van dit moment. Aangevuld met klassiekers. Na een maand of drie gaan wij kijken welke boeken en genres het best verkopen,  wat onze klanten in het Engels willen lezen. Het verhaal van onze vaste klanten voor buitenlandse boeken. Vervolgens gaan wij op zoek naar de juiste inhoud. Bijsturen. Het meest ideale verhaal van deze kast. Het is er namelijk al, verstopt tussen al die boeken. Net als met beeldhouwen. Weghakken wat niet nodig is. Net zolang tot het beeld dat altijd al in dat blok marmer heeft gezeten voor iedereen zichtbaar wordt.

Ik kan niet wachten tot deze nieuwe kast haar eigen verhaal gaat blootgeven. Succes kan dan niet uitblijven.

 

Daphne 03: Lampje

Foto: Courtney Corlew op Unsplash – Gebruikt met toestemming

“Eric! Eric! Ik heb goed nieuws!” Donderdagochtend, 09:30 uur. Daphne komt de winkel ingevlogen. Rode wangen van opwinding. Ze heeft hard gerend en is overduidelijk ergens heel erg enthousiast over. Sinds kort noemt ze mij bij m’n voornaam. Die heeft ze gehoord tijdens een vorig bezoek. Haar moeder vond het eerst niet goed. Ze moest gewoon meneer zeggen. Mij maakt het niets uit. Als Daphne en ik over vijftien jaar samen deze winkel gaan runnen, kan ze maar beter weten hoe ik heet. Dat kon de moeder van Daphne niet ontkennen en zo verdween het aanvankelijke bezwaar.

“Eric! Eric! Ik heb goed nieuws!”

Boekenbon

Wat is er meisje? Heb je weer een boekbespreking? “Nee, de school is nog steeds gesloten. Dat weet je toch?” Ja, dat wist ik natuurlijk. Al heb ik geen idee wat er op dit moment nog wel of niet kan met school. Het lijkt mij ook voor kinderen geen leuke tijd waarin wij momenteel leven. “Ik heb een boekenbon van opa en oma gekregen. Een boekenbon! Nu kan ik wéér een boek uitzoeken.” Zo, dat is mooi. Een lieve opa en oma heb jij. “Ja, de allerliefste opa en oma van de hele wereld. Ik heb ze al gebeld om ze te bedanken en oma moest een beetje huilen. Toen moest ik ook huilen en mama daarna ook. Terwijl ik juist heel, heel, heel erg blij ben. Ik heb nog nooit een boekenbon gehad.”

Je oma zal wel verdrietig zijn omdat ze je al een tijdje niet heeft gezien. Denk ik. “Dat zei mama ook, maar op de computer van papa zit een camera en daarmee praat ik iedere week met opa en oma. Ik weet alleen nooit zoveel te vertellen.” Zonder school en buiten spelen maak je niet zoveel mee natuurlijk. Ze vinden het vast fijn om gewoon even met je te praten. Ze weten in ieder geval dat je graag boeken leest.

“Opa en oma weten echt alles. Daarom zijn ze al zo oud!”

Spekkie en Sproet

Ik vermoed dat haar opa en oma iets jonger zijn dan ik. De wijsheid die daar volgens Daphne mee samenhangt is mogelijk aan mij voorbijgegaan. Ik heb niet het idee dat ik alles weet maar in de ogen van een negenjarig meisje is dat mogelijk anders. Daphne is inmiddels naar de kasten met jeugdboeken gelopen en heeft al een boek in haar handen. Ik hoor haar zachtjes de tekst op de achterkant van het boek lezen. Omdat twee andere klanten om aandacht vragen, kan ik niet zien om welk boek het gaat. Als het even later weer wat rustiger is loop ik naar Daphne en zie ik dat ze inmiddels een deel uit de serie van Floortje in haar handen heeft. Ze giechelt terwijl ze leest waar het boek over gaat en zet hem daarna weer terug.

Wat moet je kopen als je negen jaar bent en je voor drie kasten met boeken staat die allemaal geschreven zijn voor kinderen van jouw leeftijd? Alsof ze mijn gedachten kan raden slaakt Daphne een diepe zucht. Ze pakt een boek van Vivian Hollander over Spekkie en Sproet. De omslag ziet er spannend en griezelig uit, zeg ik tegen haar. “Ik heb de meeste al gelezen maar eigenlijk ben ik er al een beetje te groot voor.” Ze zet het boek weer keurig terug en kijkt verder naar de boeken in de kast.

Annet Schaap

Ik heb misschien wel iets leuks voor je, zeg ik. Daphne kijkt mij meteen aan. Tenzij je hem al gelezen hebt natuurlijk. “Hoe weet ik dat nou”, zegt ze. “Je hebt toch nog niet gezegd om welk boek het gaat.” Haar mond trekt samen en haar wenkbrauwen komen iets naar beneden. Alsof ze nu al doorheeft dat ik niet zo slim ben als haar opa en oma. Ik probeer mijn lach te verbergen en pak het boek van Annet Schaap. Lampje. Een fantastisch jeugdboek voor kinderen van negen jaar en ouder. Veel ouder. Ik heb het zelf gelezen en het kind in mij vond het één van de allerbeste jeugdboeken die ik ooit heb gelezen.

“Lampje”, zegt Daphne. “Die ken ik niet. Is dat het boek dat op de toonbank staat?” Inderdaad staat dit debuut van Annet Schaap al sinds de dag van verschijnen bij ons op de toonbank. Eerst de gebonden versie en nu de goedkopere herdruk. Van de uitgever kregen wij ooit een prachtige  display met de omslag van het boek waarop een grote vuurtoren staat. Op de plek van het ronddraaiende licht zit een echt lampje dat nu al ruim twee jaar vanaf de hoek van de toonbank naar de klanten knippert. Mede door de display hebben wij al minstens honderd exemplaren verkocht, voor een jeugdboek een imponerend aantal.

Lampje

Ja, dat is hetzelfde boek. Ik weet zeker dat je het geweldig zal vinden. “Kan ik dat kopen van mijn boekenbon?” Ja hoor, dat kan makkelijk. Ze heeft de boekenbon laten zien en er staat twintig euro op. Er blijft zelfs nog iets over voor een volgend boek. Die hoef je niet nu uit te zoeken, dan kan later ook als je dat wilt. “Nee, dat wil ik niet”, zegt Daphne resoluut. “Ik ga nog een boek zoeken. Ik heb al iets gezien.” Uit de kast pakt ze een dun boekje uit de serie over Julius Zebra: het gigagrappig moppenboek. “Kan ik deze ook kopen?” Dat moet je even uitrekenen, meisje. € 12,50 voor Lampje en € 8,99 voor het moppenboekje. Daphne zucht. “Ik zit nu toch niet op school? Kan het Eric, of is het te duur?” Het is één euro en vijftig cent teveel, maar dat geeft niet. Als je hier over een paar jaar komt werken dan haal ik het af van je eerste salaris. Ik geef haar een knipoog.

“Wat????? Krijg ik geld als ik hier kom werken?”

Ze kijkt mij verrukt aan.

“Dát ga ik vanavond aan opa en oma vertellen!”

 

 

Scroll naar top