web analytics

Maand: februari 2020

Column: Stokslagen

Foto: Patrick Fore op Unsplash – Gebruikt met toestemming

Al sinds jaar en dag worden de thrillers – binnen een bepaald deel van de boekenwereld – niet serieus genomen. Bij programma’s als DWDD en andere talkshows zitten met vaste regelmaat auteurs van literaire romans en/of non-fictie aan tafel om te vertellen over hun werk. Ook binnen het beroemde boekenpanel van Matthijs van Nieuwkerk vliegen de superlatieven over tafel als het gaat om een onbekend werkje uit een land als Italië of het sprankelende debuut van een verder totaal onbekende en onbegrepen twintigjarige auteur uit het zuidwesten van Kroatië.

Saskia Noort

Verhalen die je moet pellen als een ui, gelaagd met verborgen verdriet of juist van het papier spattende emoties. Instemmend en ontroerd vertellen ze er op televisie vol passie over en de volgende dag rennen de mensen naar de boekwinkel om die pareltjes aan te schaffen. Eerlijk is eerlijk: voor de boekhandel zijn dat ultieme momenten van geluk en de besproken boeken zijn inderdaad vaak prachtig geschreven. Een spannend boek zal je er echter niet of nauwelijks tegenkomen. Als ze er incidenteel wel zijn komen er altijd vergelijkingen met Patricia Highsmith of Ruth Rendell. Om er toch nog een dun literair sausje overheen te kunnen gieten. De thriller – het spannende boek – is over het algemeen het rare broertje binnen de literatuur. Ik kan mij op televisie nog verhitte discussies herinneren tussen de inmiddels overleden Gerrit Komrij en Saskia Noort, waarbij eerstgenoemde alle spannende boeken op één hoop wist te vegen en het allemaal omschreef als de reinste verspilling van woord en papier.

Charles den Tex

Nou is het in een bepaald opzicht ook wel een beetje de schuld van de auteurs van het spannende boek. De grootste fout is denk ik geweest om de term literaire thrillers te gaan gebruiken. Openlijk werd er toenadering gezocht tot de andere kant van de familie, maar wel in de hoop dat niemand het zou merken. Wie kan zich echter iets voorstellen bij die term, tenzij het om thrillers gaat zonder enige spanning? Noem het dan gewoon een roman, zoals Saskia Noort, Esther Verhoef en Simone van der Vlugt dat ondertussen doen. Zoals altijd nemen de dames het voortouw. De vraag is of het ze het respect en de waardering van de literaire wereld heeft opgeleverd. Het zal ze waarschijnlijk geen donder kunnen schelen. Feit is alleen wel dat romans en non-fictie door alle praatprogramma’s dusdanig worden gepromoot dat het voor spannende boeken steeds lastiger aan het worden is om dezelfde verkoopcijfers te behalen. Voor Baldacci, Grisham, Brown, Nesbø en andere grote namen geldt dit niet, maar voor de rest van de schrijvende meerderheid is het over het algemeen erg moeilijk om de top tien van Nederland structureel te bereiken. Suzanne Vermeer is een positieve uitzondering, maar dat is helaas niet het vlaggenschip van het spannende boek dat de strijd om meer respect en hogere verkoopcijfers voor haar Nederlandse collega’s kan gaan realiseren. De auteurs zullen dus zelf in actie moeten komen. Maak jezelf zichtbaar. Kom met je hoofd op televisie. Charles den Tex schrijft geweldige thrillers maar was nog nooit zoveel en dominant op televisie als toen hij samen met Anneloes Timmerije in 2014 een roman had geschreven. Er moet toch ergens in Hilversum een populair programma te vinden zijn waar voor spannende boeken een plaats aan tafel is? De meeste auteurs van thrillers zijn veel toegankelijker dan die van het literaire werk. Die zich een jaar lang eenzaam opsluiten in de kelder van hun woning en zich met honderd stokslagen pijnigen om al die emoties uit hun pen te laten vloeien. Dat levert vaak prachtige boeken op die ook ik soms met bijzonder veel plezier en waardering tot mij neem. Schrijvers van spannende boeken zijn over het algemeen dagelijks op fora en Facebook te vinden en lijken soms net echte mensen. In die herkenbaarheid zit denk ik de mogelijke sleutel tot het succes.

J.K. Rowling

Werk samen met boekwinkels, laat je nog meer zien, maak lawaai. Hier ben ik! Ik ben het waard om gekocht en gelezen te worden. Bedenk dat Dan Brown en J.K. Rowling ook jarenlang niet serieus werden genomen en nu lachend vanuit het geldpakhuis van Dagobert Duck een lange neus trekken naar al die uitgeverijen, praatprogramma’s en critici die het niet in hen zagen zitten. Denk je dat Lucinda Riley het makkelijk heeft gehad? Ook de lokale boekhandel kan een grote rol van betekenis spelen. De literaire supersterren in Nederland gaan massaal naar Donner en Broese vanwege de wet van de grote getallen. Alle lokale boekwinkels bij elkaar hebben echter veel meer te vertellen en schrijven de regels van hun eigen succes. Geef ruimte aan thrillers. Het publiek hiervoor loopt werkelijk overal. De auteurs in Nederland zijn er doorgaans wel voor te porren. Ik probeer in mijn winkel ook alles te doen om naast romans en non-fictie zoveel mogelijk spannende boeken te verkopen. Bij de opening van mijn winkel in 2013 kwam Loes den Hollander de deur openen en Simon de Waal kwam niet zo heel veel later kennis maken met zijn lezers in Almere-Haven. Linda Jansma kwam voor een thuispubliek en had een onvergetelijke middag. Ik beloof je: het werkt. Hun boeken gaan bij mij nog steeds in mooie aantallen over de toonbank.

Ilse Ruijters

Binnenkort heb ik de boekpresentatie van Marelle Boersma en op de dag vóór de Boekenweek komt Ilse Ruijters naar mijn winkel om vanaf 10:00 uur klanten te attenderen op haar nieuwe boek “Meisje van me”, een spannende thriller welke september vorig jaar is verschenen. Een initiatief van de auteur zelf, die in Almere woont, en heel duidelijk begrijpt dat het succes niet vanzelf komt. Als auteur van spannende boeken komen de stokslagen pas nadat het boek is geschreven. Dan pas geef je jezelf bloot aan je lezers, laat je zien hoeveel je van jezelf in je werk hebt gestopt. Ben je kwetsbaar en strijdvaardig. Dit is mijn boek. Samen met de boekwinkel vecht ik voor erkenning en bestaansrecht.

En geloof mij nou maar: Ilse en veel van haar collega’s verdienen ieders aandacht.

Column: Toverwoorden

(Foto: Ricardo Cruz op Unsplash – Gebruikt met toestemming)

Ook in Almere-Haven is duidelijk te zien dat het de laatste jaren moeilijke tijden voor winkeliers zijn geweest. Veel winkelpanden staan leeg nadat een ondernemer al dan niet gedwongen het besluit heeft genomen zijn bedrijf te sluiten.

Ons winkelcentrum ligt als een soort slang binnen het stadshart van Almere-Haven, het oudste deel van Almere. In hoeverre de term oud hier enige waarde heeft. De winkelstraten slingeren zich door het centrum en eigenlijk is het totale gebied te groot voor het aantal inwoners. Er wordt al lange tijd gesproken over de noodzaak van inkrimpen en met name de aftakkingen langs de grachten lijken hun langste tijd te hebben gehad. Op de Markt, het plein waar doorgaans allerlei – maar feitelijk te weinig – activiteiten worden georganiseerd, heeft de laatste twee jaar een ware slachting plaatsgevonden. De ABN/AMRO, RABO en ING waren de eerste die vertrokken en enorme panden achterlieten. Kledingwinkel Vögele vertrok uit het eerste winkelpand van Almere, de juwelier hield het voor gezien, de drogist besloot te stoppen, een van de vele opticiens zag het niet meer zitten, de elektronicawinkel sloot haar deuren, de bakker verdween en ook de winkel met tweedehandskleding is inmiddels slechts een herinnering. Misschien ben ik er een paar vergeten, zo snel is het allemaal gegaan. Er kwamen een paar kappers voor terug, waar wij in Almere sowieso al geen gebrek aan hadden. De Markt blijft echter een trieste vertoning, ondanks verschillende pogingen van de gemeente om het plein aantrekkelijker te maken. Het ophangen van dure verlichting maakt de aanblik van gesloten rolluiken en afgeplakte ramen alleen maar treuriger. Feitelijk hakt de Markt het winkelcentrum keihard in tweeën en merk je aan alles dat de winkels aan de andere kant van het plein het steeds moeilijker krijgen. In plaats van een ideale plek voor de zo noodzakelijke terrasjes en horeca dreigt het nu een krater te worden midden in het hart van Almere-Haven. Waarbij het niet helpt dat de gemeente een vergunning geeft aan een viskraam op steenworp afstand van de nabij de Markt gelegen viswinkel. Hoe moeilijk kan je het bestaande winkeliers maken?

Toch is het interessant om te zien wat er allemaal mogelijk is binnen een winkelcentrum dat moet vechten voor haar recht om te bestaan. Je merkt dagelijks dat er allemaal verschillende belangen zijn. Verhuurders van winkelpanden vragen nog altijd waanzinnige huurprijzen en staan liever een jaar of langer met lege panden dan dat ze een verdrinkende ondernemer een reddingsboei toewerpen. Huurverlaging gaat samen met vermindering van de waarde van het vastgoed en is dus niet het eerste waar een verhuurder aan denkt. Zo kan het gebeuren dat het pand van Vögele al drie jaar leeg staat en niet kan meewerken aan de wederopstanding van het winkelcentrum. Ik geloof best dat kleding met groot gemak online kan worden gekocht. Ik merk het aan de enorme aantallen pakketten die via de PostNL balie in mijn winkel dagelijks retour gaan. Het is echter maar de vraag of op internet de bomen tot de hemel blijven groeien. Wat gaat er gebeuren als de rente straks weer gaat stijgen en veel investeerders van onlinebedrijven hun geld op een andere manier gaan beleggen. Dan zou het best wel eens einde oefening kunnen zijn – in hun huidige vorm – voor Zalando, H&M en al die andere bedrijven die nu nog zonder verzendkosten leveren en een vrijwel onbeperkt retourrecht hanteren. Ik weet dat veel fysieke winkels de laatste jaren ten onder zijn gegaan. Sla de krant open en je leest over bekende ketens die de deuren sluiten. Toch denk ik dat het einde van de negatieve spiraal langzaam maar zeker is bereikt en dat winkels en winkelstraten nog lange tijd blijven bestaan. Het sombere toekomstbeeld van binnensteden zonder winkels is in mijn optiek nog lang geen reële optie. De kansen op internet zijn groot, maar laten wij het totale aandeel ook weer niet overschatten. Gunfactor, klantbeleving en service zijn toverwoorden die als een vlammend zwaard in de hand van een strijdende ondernemer in staat zijn om het tij te keren.

Hoe leuk is het om vanaf een plaatje te bestellen en iets geleverd te krijgen wat niet aan je verwachtingen voldoet? Het is als de reclame van McDonald’s en Burger King waar de hamburgers er op die posters (en op de televisie) veel lekkerder uitzien dan in werkelijkheid het geval is. In de winkel krijg je wat je ziet. Bevalt het niet dat weet je waar je moet zijn, bij wie je het hebt afgerekend. Bijna alles wat je koopt mag je ook meteen meenemen en je bent – indien noodzakelijk –volledig ingelicht over het product dat je hebt gekocht. In Almere-Haven zijn wij als winkeliers onze wonden van de crisis nog aan het likken, maar er gloort ook licht aan de horizon. De ondernemers die er nog zitten zijn verbonden in hun gezamenlijk doel om het winkelcentrum naar een hoger niveau te tillen. De inwoners vechten mee aan onze zijde en dragen hun steentje meer dan bij. Er zijn tientallen initiatieven, er is een straatmanager aangesteld die alle plannen gaat coördineren en je voelt aan alles dat we er klaar voor zijn om de eer van Almere-Haven te verdedigen. Winkels en internet kunnen en moeten naast elkaar bestaan, elkaar versterken in het afdwingen van de gunst van de klant.

Als ik het naar mijzelf vertaal zie ik zeker kansen en mogelijkheden. Het gaat weer goed met mijn winkel. Natuurlijk is het nog maar een dun lijntje, maar het staat niet meer zo strak dat het bij het minste of geringste zuchtje tegenwind gaat knappen. Om mij heen zie ik ook andere winkels weer opbloeien en praten over een verbouwing of uitbreiding van het assortiment. Er komt nieuw leven in het winkelcentrum en over een jaar is oud en versleten in ieders beleving mogelijk omgezet in authentiek en verfrissend.

De winkels van Almere-Haven staan voor u klaar.

 

 

Daphne 01: Braaksel

Terwijl ik op een woensdagmiddag achter in de winkel een kast met jeugdboeken sta op te ruimen komen een moeder en haar dochter naar mij toegelopen. Het meisje is acht of negen  jaar en krijgt letterlijk een duwtje in haar rug. “Vraag het maar.” Ze kijkt uitgebreid naar haar schoenen en ik schiet te hulp door te vragen of ik kan helpen. Met prachtige blauwe ogen kijkt ze mij verlegen aan en vertelt dat ze binnenkort een boekbespreking moet doen op school. Haar moeder kijkt stralend van trots toe.

“Weet u misschien een boek voor mij?” Uiteraard weet ik tientallen boeken die geschikt zijn voor een boekbespreking, maar wat wil dit meisje zelf het liefste lezen en bespreken? “

Het Leven van een Loser vind ik leuk en Dagboek van een Muts.” Geen verrassend antwoord aangezien veel kinderen van haar leeftijd die boeken lezen. Ik vraag of iemand anders in haar klas al voor die boeken heeft gekozen en inderdaad… iedereen eigenlijk wel. Bijna alle mutsen zijn al voorbij gekomen. “Is het niet leuk om de juffrouw te verrassen met een ander boek?”, stel ik voorzichtig voor. “Dan krijg je misschien wel een tien!” Ze kijkt mij met grote vragende ogen aan en houdt haar lippen stijf op elkaar. Haar moeder stapt naar voren en vertelt dat er geen cijfers worden gegeven, alleen stickers. Hoe meer stickers hoe beter de boekbespreking. Het meisje kijkt mij aan en ik zie dat ze het maar raar vindt dat ik dat niet weet. Ik probeer het weer goed te maken. “Je kan als jij dat wilt natuurlijk een Loser of een Muts kiezen maar er zijn nog veel meer leuke boeken in deze winkel.” Nu heb ik weer haar volledige aandacht en we lopen samen naar de kasten met jeugdboeken van zeven tot negen jaar. Ik laat haar wat boeken zien en vertel een beetje waar het ongeveer over gaat. Ik merk dat ze het niet echt in haar opneemt en langzaam maar zeker naar de kast met de dagboeken van een muts schuift. Ik doe een laatste poging met een boek van Carry Slee. “Kijk, dit is een heel leuk en spannend boek over een hele gemene juffrouw van school die ze Juf Braaksel noemen.” Mijn jonge klant begint te giechelen. Dat is natuurlijk een grappige naam. Wie noemt haar dan zo? “Het gaat over een meisje dat Lotte heet en die zit in de klas van Juf Braaksel.” Lotte? Zo heet mijn moeder ook, roept het meisje meteen uit. Toch mama? En inderdaad, haar moeder knikt enthousiast. “Die wil ik hebben voor mijn boekbespreking!” Ze weet het zeker. Niets geen muts of loser. Juf Braaksel heeft de strijd gewonnen.

Een kleine drie weken later komt ze weer de winkel in. Op een zaterdagochtend. Alleen. Haar moeder staat buiten met een andere vrouw te praten en kijkt af en toe even door het raam naar binnen. Met een stralende lach komt het jonge meisje naar mij toe. Heb je een tien gekregen, is meteen mijn vraag? Nee, ze geven in de klas geen cijfers. Dat weet je toch?  Oh ja, dat was ik alweer vergeten. “Ik heb vijf stickers gekregen”, zegt ze trots. “Nog nooit heeft iemand vijf stickers gekregen in onze klas.” Trots als een pauw laat ze mij een stuk papier zien met allemaal kleurige stickers en een korte tekst van de juffrouw. Dat ze heel erg genoten had van de boekbespreking en dat Daphne het goed heeft gedaan. “Ik mag van mama nog een boek kopen. Omdat ik vijf stickers heb gekregen en omdat ik lezen nu nog leuker vind.” Ze loopt naar de kast en pakt het boek over Juf Braaksel en het meesterbrein. Het tweede deel van Carry Slee in deze geweldige serie. “Deze wil ik”, zegt Daphne resoluut. Ze roept haar moeder om aan te geven dat de keuze definitief is. Bij de kassa vraag ik voor de grap of het een cadeautje is en steekt ze plagerig haar tong uit. “Ik heb nog iets leuks voor je”, zeg ik tegen Daphne. Een paar dagen eerder kreeg ik van uitgeverij Lemniscaat een gratis exemplaar van “Gozert”, het nieuwe boek van Pieter Koolwijk die ik al ken voordat hij zijn eerste jeugdboek schreef. Ik mocht ooit het manuscript van zijn debuut Vlo en Stiekel lezen en volg hem sindsdien met veel belangstelling. Ik besluit Daphne het boek te geven dat ik een paar dagen eerder zelf al heb gelezen. “Misschien moet je het nog even een jaartje in de kast laten liggen, maar als je tien of elf bent kan je hier een prachtige boekbespreking over houden. Dan krijg je vast wéér vijf stickers. Ik vond het een heel leuk boek.” Daphne kijkt mij met grote ogen aan. “Leest u ook kinderboeken?” Ze lijkt het nauwelijks te kunnen geloven. Ze is blij met haar twee boeken en samen met haar moeder loopt ze naar de deur. Daar blijven ze even staan en ik zie ze samen praten. Vervolgens komt Daphne weer terug naar de toonbank. “Als ik later groot ben wil ik hier in deze winkel werken. Samen met u. Dan gaan we heel veel boeken aan andere kinderen verkopen. Over Juf Braaksel. Of over Gozert. Dan kan ik ze helpen met hun boekbespreking.” Met haar blauwe ogen kijkt ze mij stralend aan, duidelijk tevreden met haar geweldige idee. Ze ziet het al helemaal voor zich, samen aan het werk in de boekwinkel van Almere-Haven.

’s Avonds zit ik thuis op de bank onderuitgezakt naar de televisie te kijken. Moe van weer een lange dag. Tijdens de reclame dringt het plotseling tot mij door. Ik moet nog minimaal vijftien jaar werken!

Ik kan Daphne toch niet teleurstellen….

Column: Rolmaatje

(Foto door Fleur op Unsplash – Gebruikt met toestemming)

In mijn winkel lagen vrijwel alle boeken altijd op tafels. Alleen voor de jeugdboeken hadden wij een aantal kasten in gebruik. Als boekenman vond ik het jammer dat er geen ruimte was voor oudere titels. Voor klassiekers. Of voor genres waar geen stapels van werden verkocht maar waar wel degelijk een publiek voor was.

Kookboeken

Toen in 2019 het tij voor mijn winkel voorzichtig positief begon te keren was mijn eerste actie de bestelling van twee boekenkasten voor de kookboeken. Ook die lagen altijd op een tafel maar dat is voor dit soort boeken doorgaans lastig presenteren. Ideaal voor stapels van Jamie Oliver maar niet voor enkele exemplaren. Daarnaast valt een boekenkast in de winkel ook veel meer op. Toen de upgrade van de kookboeken vrijwel meteen een succes bleek te zijn was ik niet meer te stoppen. Rond de eerste pilaar in de winkel, schuin tegenover de toonbank, kwamen ook vier boekenkasten te staan. De pilaar werd eigenlijk alleen gebruikt voor een klein assortiment verjaardagskalenders en voor pakjes uitnodigingen voor kinderfeestjes. In de decembermaand hing hij vol met jaarkalenders. December duurde nog lang en dus werd het tijd voor meer boeken. Dat is wat ik altijd al wilde voor mijn winkel.

Haruki Murakami

Er kwam een kast met boeken van uitgeverij Olympus met onder andere alle bij hun verschenen titels van Geert Mak. De tweede kast werd gevuld met een mooi assortiment van Nederlandstalige klassiekers. Van Alex Boogers, via Frederik van Eeden en W.F. Hermans naar Tommy Wieringa. Kast drie werd een uitstalling van auteurs die Astrid en ik hoog in het vaandel hadden staan. Boeken waarvan wij zelf enorm hadden genoten en die wij dus gewoon altijd in voorraad willen hebben. “Zijde” van Alessandro Baricco, “De jongen in de gestreepte pyjama” van John Boyne, “Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht” van Mark Haddon, “Schorshuiden” van Annie Proulx. Boeken van Coetzee, McEwan, Zafon, Marquez, Stephan Fry en uiteraard alles van Haruki Murakami. De vierde kast werd achter het Top Tien meubel gezet en kreeg als taak meerdere titels te laten zien van een aantal auteurs die op dat moment volop in de belangstelling stonden.

Young Adult

Hoewel het niet meteen storm liep richting de boekenkasten was ik ervan overtuigd dat dit een uitstekende verandering van mijn winkel was. Langzaam maar zeker gingen mijn klanten dit met hun aankopen ook bevestigen en begon ik al likkebaardend naar de tweede pilaar te kijken. Aangezien je nieuwe kasten ook moet vullen, besloot ik het om financiële redenen een tijdje voor mij uit te schuiven. Toen de eerste maand van dit nieuwe jaar meteen mijn allerbeste januarimaand sinds de opening bleek te zijn, duurde het niet lang voordat er weer drie nieuwe kasten werden besteld. De kookboeken kregen een nog betere plek en er kwam ruimte om de jeugdboeken uit te breiden met een hele kast voor de jeugd die zich graag Young Adult laat noemen. Een tweede kast werd gevuld met True Crime en Scandinavische thrillers en dan met name de series van giganten als Jo Nesbø, Karin Fossum, Arnaldur Indridason en Henning Mankell.

Sportboeken

Het ging in mijn winkel steeds meer naar boeken ruiken en bij iedere lege plek ging ik met een rolmaatje in de hand op onderzoek of ik er misschien nog een kast kon plaatsen. Gaat een extra kast op deze plek het zicht op de tijdschriften belemmeren? Gaat deze doorgang te smal worden voor mensen in een scootmobiel die naar de pinautomaat willen? Is het mooi om hier een kast te plaatsen voor sportboeken en andere non-fictie? Astrid begon op een gegeven moment de rolmaat te verstoppen uit angst dat ik helemaal door zou slaan. “Denk je dat er te veel boekenkasten komen?”, was op een gegeven moment mijn vraag. “Ik denk dat het wel heel erg vol gaat worden en dat je het wat rustiger aan moet doen.” De resultaten van de winkel waren echter in mijn voordeel. “Ach… je doet toch altijd wat je zelf wil. Waarom vraag je het dan aan mij?”

Maandagochtend

Uitstekende vraag…. Ik ben vrij goed in het zelf beoordelen of iets wel of niet kan. Ik kijk naar cijfers, naar resultaten, naar kosten en naar rendement. Bij twijfel is het alleen wel lekker om te sparren met iemand die een andere mening of visie heeft. Astrid is de magere jaren uiteraard niet vergeten en soms bang dat het nu een tijdelijke opleving is. Ze wil liever wat meer op de rem trappen, terwijl ik het gas juist meer los probeer te laten. Astrid weet mij echter wel steeds weer aan het denken te zetten en dus slaap ik er nog een nachtje over. Ga ik weer opnieuw nadenken en zodra ik het rolmaatje weer heb gevonden ga ik ook weer opmeten en tekenen. Ondertussen blijven de boeken vanaf de tafels gewoon verkopen en worden er ook steeds weer meer uit de kasten gepakt. “Volgens mij is het best wel leuk om een kast met uitverkoop te hebben”, zeg ik op een maandagochtend zo terloops mogelijk tegen Astrid. Misschien wel twee. Als ze geen tegenwerpingen maakt ga ik verder. “Bij die voorste tafel is wel ruimte en kan er zelfs nog wel een kast met sportboeken bij.” Ze slaakt een diepe zucht en ik pak het rolmaatje wat steviger vast.

Kerstkaarten

Deze week heb ik nog drie kasten besteld. Smaller dan de kasten die we al hebben. Noem het van mijn kant dan toch maar een soort van compromis. Als we het verrijdbare meubel met de laatste agenda’s voorin de winkel weghalen, blijft het qua ruimte op de vloer vrijwel hetzelfde. “Waar moeten we aan het eind van het jaar dan de kerstkaarten en agenda’s presenteren?”, vraagt Astrid terecht.

“Ach”, zeg ik zo nonchalant mogelijk.  “Dat zien we in november wel weer.”

 

 

Scroll naar top