web analytics

Maand: juli 2021

Column: Lieke

Vorig jaar ben ik opa geworden. Daar heb ik al een keer iets over geschreven. Het liefst zou ik er iedere dag iets over vertellen, want ik ben – wat je noemt – een trotse opa.

Lieke is hard op weg om haar eerste levensjaar af te ronden. Het gaat allemaal veel te snel. Van een hulpeloos maar zeer vertederend stukje mens is ze nu een meisje met karakter en een eigen willetje geworden. Ze kruipt dat het een lieve lust is en kan schateren van het lachen. Niet uniek, miljoenen meisjes van haar leeftijd doen en kunnen hetzelfde, maar toch…. Dit is mijn kleinkind. De dochter van mijn dochter. Het eerste kind van mijn eerste kind. Van niemand op de wereld hou ik meer dan van mijn kinderen maar plotseling heeft kleine Lieke zich daar een plaats tussen weten te veroveren.

Als ze bij mij thuis komt dan kijkt ze eerst even de kat uit de boom. Haar moeder moet in het zicht blijven, anders komen de tranen en kan ze op hartverscheurende wijze uiting geven aan haar ongenoegen. Als we haar even met rust laten komt het snel weer goed, grijpt ze het speelgoed dat in enorme hoeveelheden bij ons aanwezig is en hoor je haar al snel kraaien van plezier. Onlangs brak het moment aan dat ze samen met haar moeder naar de winkel in Almere-Haven kwam. Gelukkig was het niet zo heel druk en had ik alle tijd om naar mijn kleindochter te kijken. Nooit geweten dat dit ooit nog eens een geweldige hobby van mij zou worden. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

Vanuit haar buggy nam Lieke het interieur van de winkel in zich op. Ze leek het allemaal wel best te vinden. Met boeken en tijdschriften heeft ze als baby van krap elf maanden nog niet zoveel. Al heeft ze thuis inmiddels een aardig plankje met prachtige prentenboeken staan. Ze bekijkt de andere mensen in de winkel enigszins argwanend, maar zolang ze ook de stem van haar moeder kan horen is het allemaal geen reden tot verdriet. Ze heeft niet door dat het haar opa is die de buggy door de winkel heen stuurt. Als ze dat wist zou ze mogelijk wat tranen laten, aangezien ze nog vrij eenkennig is. Mama, papa. Dat is goed en vertrouwd. Voor de rest wil ze eigenlijk nog van niemand wat weten. Gelijk heeft ze.

Opa heeft er alle begrip voor. Ik zou Lieke graag optillen en tegen mijn borst drukken of een flesje melk geven. Misschien gekke geluidjes naar haar maken, waar ik mij vroeger altijd aan stoorde toen mijn vader dat bij mijn zoon en dochter deed. Alsof ze hondjes waren. Niet goed snik. Nu begrijp ik het echter veel beter en wil ik het ook graag doen. Ik heb echter geduld. Dat komt allemaal wel. Met de buggy door de winkel lopen is al een prachtig moment. Mijn opa had vroeger een melkwinkel in de Amsterdamse Pijp. Ik heb daar dierbare herinneringen aan. Wat zal Lieke later vinden van haar opa en zijn boekwinkel? Zal ze mijn liefde voor boeken overnemen, net zoals ik nog altijd een grootgebruiker ben van alle soorten zuivel? Het is in de supermarkt de eerste afdeling die ik bezoek. Melk, karnemelk, yoghurt. Mijn opa zou trots op mij zijn.

Nou zal ik altijd trots zijn op Lieke, of ze nu gaat lezen of niet. Ik weet niet zeker of er nog papieren boeken bestaan als zij straks volwassen is. Of er nog boekwinkels zijn. Ik hoop het wel, aangezien ik mij geen wereld zonder boeken kan voorstellen. Mijn opa wist echter ook niet dat er ooit supermarkten zouden komen die alle ‘melkboeren’ overbodig gingen maken en bijna hetzelfde deden met de groentewinkels. Sommige winkels verdwijnen geruisloos uit het straatbeeld

Na een half uurtje in de winkel werd het voor Lieke tijd om richting huis te gaan. Ik duwde nog snel een pluchebeestje van Rupsje Nooitgenoeg in haar handjes. Ze keek ernaar, twijfelde of ze het wilde hebben, keek naar haar moeder en besloot het vervolgens te houden. Een overwinning voor opa. Rupsje Nooitgenoeg. Ik weet nog veel meer leuke cadeautjes voor haar.

Een halve winkel vol…..

Column: winkelmandje

“Meneer, ik zoek dat laatste boek van ….. goh, hoe heet ze ook alweer?” Een mevrouw in de winkel kijkt mij wanhopig aan. “Ze was een paar weken geleden op televisie.” Veel meer informatie heeft ze niet. Een boek van een vrouwelijke auteur die weken geleden op televisie was. “Ik heb werkelijk geen idee meer waar het boek over ging, alleen dat het mij erg mooi leek.”

Ik loop naar de boekentafels en pak het nieuwe boek van Susan Smit, ‘De heks van Limbricht’. “Is dat het?”, vraagt ze hoopvol. Heel even overweeg ik om zo overtuigend mogelijk te knikken, maar zo heeft mijn moeder mij niet opgevoed. “Ik heb werkelijk geen idee, mevrouw. Het is geschreven door een vrouw, het is nieuw en ze is pas nog op de televisie geweest. Het zal u zeker niet tegenvallen.” Ze pakt het boek en begint de achterzijde te lezen. Ze knikt een paar keer maar ik heb niet het idee dat ze het herkent als het boek dat ze zo graag wil kopen. “Volgens mij is het erg mooi”, zegt ze uiteindelijk. “Er gaan alleen geen bellen rinkelen.” Ondanks dat geeft ze het boek niet terug maar legt het in het groene winkelmandje dat ze bij de ingang van de winkel heeft meegenomen.

Samen lopen wij langs de boekentafels op zoek naar een boek dat bij mevrouw een lampje doet branden. Ze ziet twee boeken liggen van Roy Jacobsen. ‘De onzichtbaren’ en ‘Witte Zee’. “Oh, is daar een vervolg op?”, zegt ze meteen. “Dat vond ik zo’n mooi boek.” Ze is haar zoektocht direct vergeten en pakt een exemplaar van ‘Witte zee’ van de stapel. “Die wil ik sowieso meenemen”, zegt ze meer tegen zichzelf dan tegen mij en het boek verdwijnt resoluut in het winkelmandje

Op tafel ziet ze nu het boek van Lale Gül, ‘Ik ga leven’. Over een meisje dat in opstand komt in een streng Islamitisch gezin. “Die is het niet”, zegt ze terwijl ze het boek oppakt van de stapel. “Het werd alleen wel genoemd, herinner ik mij nu.” Ook dit boek gaat in het winkelmandje. Ik vermoed dat ik nu weet welk boek zij zoekt en laat ‘De hemel is altijd paars’ van Sholeh Rezazadeh zien. Een prachtige roman over een jonge Iraanse vrouw die nog maar net in Nederland woont en hier worstelt om een nieuw leven op te bouwen. “Dat is het boek!”, schreeuwt ze bijna uit. Ze weet niet hoe snel ze het uit mijn handen moet grissen en drukt het tegen haar borst. “Wat geweldig dat u het heeft gevonden”, zegt ze terwijl ze mij dankbaar aankijkt. “Deze wil ik hebben.” Ze legt het boek snel in het winkelmandje. “Ik neem die andere drie ook”. Ze geeft mij een dikke knipoog. “Hebberig hé?” Ze kan er hard om lachen en samen lopen wij naar de toonbank.

Even later komt een andere klant de winkel binnen en ook zij pakt een groen winkelmandje. Ze slaat meteen rechtsaf richting de spannende boeken. Van afstand zie ik hoe ‘Koninkrijk’ van Nesbø en ‘Orakel’ van Tomas Olde Heuvelt in het mandje gaan. Boeken voor de vakantie, vermoed ik. Bij de toonbank ben ik bezig met het uitpakken van een aantal kratjes met nieuwe boeken. Eén van de eerste boeken die ik zie is het waargebeurde ‘Martin H.’ van Panorama journalist Vico Olling. Over een voormalige politieman die uiteindelijk de moordenaar van Klaas Bruinsma blijkt te zijn.

Terwijl ik het boek uitpak en prijs komt de klant met de boeken van Nesbø en Olde Heuvelt naar de toonbank gelopen. Ze kijkt vluchtig naar de boeken die op de toonbank liggen en als ik vraag of ik haar kan helpen, zegt ze dat ze nog een boek zoekt voor haar man. Ze gaan binnenkort naar Drenthe maar zitten dan niet in de buurt van een boekwinkel. Daarnaast winkelt ze het liefst bij haar lokale boekwinkel. Ik laat haar ‘Martin H.’ zien, dat de laatste tijd veel in het nieuws is geweest. “Oh, geweldig”, zegt ze meteen. “Dat leest mijn man altijd graag. Waar gebeurde verhalen.”

Het boek gaat in het mandje.

Een overblijfsel van de lockdown. Winkelmandjes in de boekwinkel.

Ik doe ze nooit meer weg.

Column: Paars

“Kan ik bij u pinnen?” Een vrouw met bijna lichtgevend paars haar kijkt mij wanhopig aan. Ik vraag mij in een fractie van een seconde af hoe je op een ochtend wakker kan worden en dan denkt dat het een goed idee zou kunnen zijn om de komende weken met een paars hoofd rond te lopen. Ik vertel haar echter dat ze bij ons gewoon kan pinnen. “Hoeveel kan ik hier pinnen?”, vraagt ze vervolgens, terwijl ze een sliertje paars haar achter haar oor probeert te duwen. “Dat ligt eraan hoeveel u koopt en moet afrekenen”, is mijn antwoord. “Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel een geldautomaat. Heeft u een geldautomaat?”. Helaas. Wij hebben geen geldautomaat. Ze kijkt mij nu met verbijstering aan. Dat nieuws valt duidelijk niet zo goed. Ook haar gezicht begint langzaam paars aan te lopen.

“GEEN GELDAUTOMAAT????? GEEN GELDAUTOMAAT????? WAAR MOET IK DAN GELD PINNEN?”

Ze kijkt mij aan alsof ik het hoofd ben van de afdeling geldautomaten in Flevoland, totaal niet geschikt voor die taak en nodig ontslagen moet worden. “Er staan er twee buiten op straat, mevrouw”, zeg ik zo voorzichtig mogelijk. “Ik zou het gewoon daar even proberen.” Nu kijkt ze mij met iets van medelijden aan. Ze zucht diep en het weerbarstige sliertje paars haar hangt weer voor haar linkeroog. “Ik hou er niet van om buiten te pinnen”, zegt ze tergend langzaam. Alsof iedereen dat hoort te weten en het de normaalste zaak van de wereld is. “Dat is niet veilig”, voegt ze eraan toe. Ze denkt even na en vraagt dan of ze bij mij een klein bedrag kan pinnen. Ik vertel haar dat wij een jaar geleden gestopt zijn met het aannemen van contant geld. Enerzijds omdat je nergens in Almere-Haven meer geld kan storten en ten tweede vanwege alle overvallen waar veel winkels in het winkelcentrum mee te maken hebben gehad. “Ik heb dus geen geld in mijn kassa, mevrouw. Puur uit veiligheid.”

Ik heb het nog niet gezegd of haar ogen spuwen langzaam maar zeker weer vuur. “Waarom staat dat hier dan nergens aangegeven”, vraagt ze met een luide stem. Ze kijkt om zich heen in de hoop dat andere klanten haar gaan steunen. De mensen in de winkel staan echter allemaal bij de boekentafels en hebben geen interesse om zich in de discussie te mengen. Ik vertel haar kalm dat er in de winkel ongeveer twintig bordjes hangen waarop staat dat je hier alleen maar met de pin kan betalen. “Wat kan mij het nu schelen of ze jullie overvallen?”, flapt ze er woest uit. Ik voel mijn gezicht nu ook wat paars worden en hoop dat het niet besmettelijk is. “Wat is er in hemelsnaam aan de hand in de wereld?”, zucht ze nu. Het is zaterdagmiddag, ongeveer twee uur voor sluitingstijd en het lijkt mij geen geschikt moment om dat allemaal haarfijn uit te gaan leggen. Ik kijk haar daarom alleen maar zwijgend aan.

Met een vlug en ruw gebaar veegt ze het losse sliertje weer achter haar oor. Ze denkt koortsachtig na wat ze nu moet gaan doen. Ze wil geld opnemen. Dat kan blijkbaar alleen op straat. Zonder mij nog aan te kijken draait ze zich plotseling om en loopt naar de uitgang. Ik hoor haar nog wel wat mopperen, maar heb geen idee of dat aan mij is gericht. Een echtpaar dat vaker bij mij in de winkel komt, loopt ondertussen naar de toonbank. Zij kijkt mij met medeleven aan. Hij legt een stapel boeken neer en vraagt of ik er een papieren tasje bij heb. “Trek je van haar maar niets aan”, zegt hij op vaderlijke toon. “Wij komen haar wel vaker tegen en ze heeft ruzie met de hele wereld. Sommige mensen zijn altijd boos. Wat je ook doet of zegt.”

Ze rekenen af en terwijl ze naar de deur lopen, komt de vrouw met het paarse haar weer binnen. “Ik ga naar Almere Centrum”, zegt ze venijnig. Alsof ik van plan ben mij de haren uit het hoofd te trekken. “Kan ik hier mijn buskaart opladen?” Ik moet haar opnieuw teleurstellen. Nu lijkt ze echt te ontploffen.

“Wat is dit nou voor een idiote boekwinkel?”

Christy Lefteri: Zangvogels

‘Zangvogels’ van Christy Lefteri, bekend van ‘De bijenhouder van Aleppo’, is een geëngageerde roman waarin migranten in het Middellands Zeegebied een stem krijgen.

Nisha is op Cyprus huishoudster bij Petra en haar dochtertje, terwijl ze haar eigen dochtertje in Sri Lanka probeert op te voeden via haar telefoon. Yiannis vangt als stroper illegaal kleine trekvogels op Cyprus, maar droomt stiekem van een leven samen met Nisha. Als Nisha op een dag spoorloos is verdwenen, gaat Petra naar haar op zoek. Tijdens haar zoektocht ontdekt ze de duistere kanten van het migrantenbestaan.

‘Door het lezen van dit boek kijk je voorgoed anders naar het vluchtelingenprobleem. Deze roman raakt je volop.’
– Gerda Aukes van Boekhandel Den Boer in Baarn over ‘De bijenhouder van Aleppo’

‘Ontroerend, hartverscheurend, liefdevol en met een glimpje hoop.’
– Boekhandel Verkaaik in Gouda over ‘De bijenhouder van Aleppo’.


ISBN: 9789023960522
Uitvoering: paperback
Prijs: € 21,99
Uitgeverij: VBK Media
Verschenen: 13 juli 2021

 

Column: Mol

Ik heb niet zo heel veel herinneringen aan mijn eerste jaren op de lagere school. Ik woonde in Geuzenveld en zat op een lagere school die inmiddels niet meer bestaat. In de derde klas had ik een juffrouw die een vogelkooitje bij haar bureau had staan en een jaar daarvoor was er een juffrouw Uphof. Ik was bevriend met Eduard Brinkman en werd later een beetje verliefd op Ceciel Wiewel.

Volgens mij waren er de eerste twee jaar nog strikte jongens en meisjes klassen maar op een gegeven moment werd dat concept losgelaten. Veel leraren waren broeders en zusters die verbonden waren aan de nabijgelegen kerk. In de aula werden in het weekend films vertoond en kon je voor een kwartje naar Tarzan kijken. Leuke tijden. Al kan ik mij – zoals gezegd – maar fragmenten voor de geest halen. Ik weet dat ik goed was in rekenen maar wat meer moeite had met taal. Ze hebben mij echter op die school leren lezen en ik ben er de leraren nog altijd dankbaar voor. Boeken waren lange tijd niet aan mij besteed, ondanks het feit dat mijn moeder dagelijks het goede voorbeeld gaf. Het bleek een sluimerend virus, want jaren later sloeg het alsnog genadeloos toe en heeft het mij gelukkig nooit meer verlaten.

Lezen is samen met eten en drinken ontzettend belangrijk. Essentieel. Als ik wel eens vertel dat Astrid en ik ’s avonds niet overdreven veel televisie kijken, dan denken sommige mensen dat wij gek zijn. In het stenen tijdperk leven. Wie is de Mol? Temptation Island? De slimste mens? De tientallen talentenshows over zingen, bakken, dansen of schaatsen? Wij hebben er nog nooit een halve aflevering van gezien. Een groot deel van het trouwe publiek van deze programma’s zijn mogelijk de mensen die zeggen geen tijd of geduld te hebben om te lezen. Prima. Het is een keuze die je zelf maakt. Ik zal niet zeggen dat het verkeerd is. Het is ook niet zo dat ik de hele avond met een boek op de bank zit, maar ik lees wel iedere dag minimaal een half uur. Soms langer maar nooit minder. Het kan mij niet zo heel veel schelen wie die mol is en ik weet ook niet waarom je hem moet zoeken. Of wat je er mee moet doen. Ik heb, als ik andere mensen erover hoor praten, nooit het gevoel dat ik iets heb gemist. Wel kijk ik graag naar Veronica Inside en met name vanwege Johan Derksen. Een man die – net als ik – enorm kan genieten van bluesmuziek en waar ik over het algemeen enorm om moet lachen. Een man die de wereld keer op keer een spiegel weet voor te houden en gehaat wordt door duizenden mensen die nog nooit een aflevering van zijn programma hebben gezien.

Op moment van schrijven lees ik zijn biografie. Een mooi verhaal over voetbal, muziek en maling hebben aan de hele wereld. Een boek om van te genieten. Zoals ik meestal wel geniet van de boeken die ik lees. Het heeft jaren geleden mijn leven behoorlijk op z’n kop gezet. Lezen. Mijn interesse is breed. Sportboeken, romans, thrillers, fantasy, jeugdboeken. Ik lees alles wat los en vast zit, iets wat ik heb overgenomen van mijn moeder. Ik heb favoriete auteurs die ik nooit zal overslaan maar dankzij mijn eigen boekwinkel kom ik ook onbekende pareltjes tegen die mij toeschreeuwen om gelezen te worden. Een lokroep die ik doorgaans niet kan weerstaan en die mij in aanraking brengt met tot dan toe nog onbekende werelden en vaak geweldige verhalen. Daar kan wat mij betreft geen mol tegenop.

Het liefst zou ik een winkel hebben waar alleen maar boeken worden verkocht. Alle afleiding zoals PostNL, ING, cadeaukaarten, wenskaarten en kantoor- en schrijfwaren buiten de deur houden. Een klein assortiment tijdschriften. Voor de rest alleen maar boeken. Geen al te realistische droom en zeker in Almere-Haven niet echt haalbaar. Ik mag er echter over dromen. Met een klein hoekje in de winkel waar ik dan rustig kan werken aan mijn eerste roman. Tussendoor mensen adviseren en de meest prachtige boeken verkopen. Mijn kleindochter kruipend over de vloer in de richting van de prentenboeken.

Wie is de Mol? Ik heb er de tijd en het geduld niet voor…

Column: Geduld

“Zijn jullie gestopt met de verkoop van sigaretten?” Een jongen van een jaar of twintig kijkt mij met verbijstering aan. “Waar moet ik ze dan kopen? Ik kom altijd hier!” Ik moet moeite doen om niet te lachen. Wij zijn inmiddels al meer dan een jaar geleden gestopt met de verkoop van tabak. “Misschien moet je dan maar stoppen met roken”, zeg ik tegen hem. “Dan geef je dat geld vanaf nu gewoon uit aan boeken. Dat kan ook verslavend zijn.” De verbijstering verdwijnt niet van zijn gezicht. Sterker nog, hij kijkt mij aan alsof ik mijn verstand volledig ben verloren. Hij doet automatisch een paar stappen naar achteren.

“Lezen?”

Hij spreekt het woord uit op een toon die niets te raden overlaat. Er gaat een rilling door hem heen als hij terugdenkt aan dat ene boek waar hij zich op school ooit doorheen heeft moeten worstelen. “Nee, dat is niets voor mij”, zegt hij uiteindelijk. “Ik heb er het geduld niet voor.” Het ultieme antwoord van bijna alle mensen die nooit een boek lezen. Ik kan mij er persoonlijk niets bij voorstellen, maar mijn eigen vader heb ik ook nooit een boek zien lezen. Mijn moeder daarentegen verslond het ene na het andere boek. Ze was jarenlang lid van de Nederlandsche Boekenclub, bezocht bijna iedere boekwinkel die ze tegenkwam en was maar wat blij dat mijn vader altijd bereid was om weer een nieuwe kast voor haar te timmeren. De ultieme samenwerking.

Mijn niet-lezende maar wel rokende klant haalt mij uit mijn overpeinzingen. “Waar moet ik dan zijn voor mijn sigaretten?” Ik kijk hem aan of hij een grapje maakt, maar hij blijkt toch echt serieus te zijn. “Je bent nu bij de boekwinkel”, zeg ik hem. “Misschien moet je het bij de tabakswinkel verderop proberen. Of eventueel bij de supermarkt.” Hij moet er twee tellen over nadenken maar knikt vervolgens enthousiast. “Heb je dan wel twee krasloten voor mij?”. Terwijl hij het vraagt wijst hij met z’n hoofd naar de plek waar in zijn beleving een display met loten zou moeten staan. In werkelijkheid ligt er een stapel van het zojuist bekroonde boek van Jeroen Brouwers.

“Ook daar kan ik je niet aan helpen”, zeg ik hem. “Wij hebben geen loterijen, maar ook die kan je vast wel bij de tabakswinkel vinden.” De jongen neemt een extra hap adem, wil wijzen naar de display met krasloten maar ziet dan net op tijd dat die nergens te vinden is. “Boeken”, zegt hij met enige verontwaardiging. Alsof de hele wereld tegen hem is. Hij kijkt nu een beetje om zich heen en ziet nog veel meer boeken staan. “Heb je die allemaal gelezen?” Het klinkt alsof hij nu toch wel een beetje onder de indruk is. “Mijn ouders lezen ook allebei”, gaat hij verder. Zonder op mijn antwoord te wachten. “Ons hele huis staat vol met boeken. Mijn zus leest ook. Alleen ik niet. Nooit het nut van ingezien. Wat schiet je er nou mee op?”

“Helemaal niets”, zeg ik hem. “Je kan beter roken en krassen, daar steek je veel meer van op. Is ook veel goedkoper.” Hij wil het beamen, maar beseft plotseling dat hij in een boekwinkel staat. “Ja, je weet het mooi te brengen”, zegt hij met een wat onzeker lachje. Zijn blik valt schuin achter mij op een rij met klantenbestellingen. Op de omslag van het achterste boek staan Johan Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart en Klaas Nuninga. De iconische foto van Paul Huf uit 1967, welke ooit de voorpagina van Elsevier Weekblad sierde. “Gaat dat over Ajax?”, vraagt hij. Het is een boek van Maarten Spanjer. Toen godenzonen niet bestonden. Over de tijd dat je nog op straat kon spelen en de voetballers nog geen koptelefoons droegen. “Dat gaat inderdaad over Ajax””, vertel ik hem. “Een heel leuk boek en vrij makkelijk te lezen.”

Ik zie hem denken. Ik heb geen idee wat voor afwegingen hij maakt. Ruim een minuut staart hij alleen maar voor zich uit en zegt hij niets. Dan kijkt hij mij weer aan. “Jammer”, zegt hij. “Ik heb er het geduld niet voor.”

Scroll naar top