web analytics

Maand: december 2019

Column: Poepen

 

Na ruim vijfentwintig jaar eindverantwoordelijk te zijn geweest voor het commerciële en operationele deel van de drie boekwinkels op het Centraal Station van Amsterdam en de achttien boekwinkels op de luchthaven Schiphol nam ik tijdschriften als iets vanzelfsprekends. Die gingen gewoon in enorme aantallen over de toonbank. Op Schiphol zelfs in waanzinnige aantallen. Verscheen de nieuwe Linda, dan kreeg je zeven volle Aldipress rolcontainers. Ook van titels als Beau Monde, Panorama, Nieuwe Revu, Vrij Nederland of Elsevier kregen wij minimaal een volle rolcontainer. Oprah Magazine, Wallpaper, Glamour UK, Yachts & Yachting… hetzelfde verhaal. Met een extreem laag retourpercentage was met name Schiphol een walhalla voor de uitgevers van tijdschriften. Om alles goed en in enorme aantallen te kunnen verkopen was de interne logistiek enorm belangrijk. Het magazijn was in mijn jaren dan ook het kloppende hart van zowel Schiphol als het Centraal Station. Daar ontstond de omzet. Daarnaast hadden wij een perfect systeem bedacht waarmee de winkels snel konden bestellen en ook wisten wanneer ze dat moesten doen en in welke hoeveelheden. Vervolgens was het belangrijk dat de presentatie in de winkels goed was verzorgd. De juiste titels op de juiste plek. Soms maakte een meter meer naar links of rechts een enorm verschil. De bulkplek was heilig, de onderste plank van de tijdschriftenwand. Speciaal voor de bladen die de meeste omzet wisten te genereren, wat heel iets anders was dan geleverde aantallen. Daarin zat een wereld van verschil. Ik verkocht liever in een maand 800 exemplaren van 911 Porsche World (16,95 per stuk) dan 6.000 exemplaren van Viva (1,95 per stuk). Soms moeilijk uit te leggen aan een uitgever en zelfs aan een inkoper van AKO. Meer omzet, minder werk…. Waarbij je de Viva ook in vrijwel dezelfde aantallen kon verkopen op een iets minder goede plek.

Toen ik de Plantage boekwinkel in Almere-Haven overnam, kreeg ik als eerste de vraag of ik niet een veel kleinere tijdschriftenwand moest nemen. Daar begreep ik werkelijk niets van? Kleiner? Tijdschriften? Natuurlijk niet. Eerder groter dan kleiner. De tijdschriftenwand bleef dus intact en binnen een paar dagen begreep ik er echt niets meer van. Verkopen wij maar drie exemplaren van de Panorama? Maar twee keer de Glamour UK? Wat is hier aan de hand? Van een omzet van meer dan vijftigduizend euro per dag bleek het in Almere-Haven al lastig om op een rustige maandag meer dan vijftig euro aan tijdschriften te verkopen. Daar zat ik dan met een grote tijdschriftenwand. Met boeken had ik eigenlijk hetzelfde probleem en het was in de eerste jaren dan ook waanzinnig moeilijk om plotseling een stadswinkel te moeten runnen in een enigszins vergeten deel van Almere. De inmiddels overleden Ton Dreesmann zei altijd dat Schiphol voor mij hetzelfde was als poepen zonder persen. Het kwam vanzelf. Alles was vanzelfsprekend. Achteraf gezien is Schiphol inderdaad het makkelijkste wat ik ooit heb gedaan. Kinderspel vergeleken met een boekwinkel in Almere-Haven.

Het heeft mij vijf jaar gekost om te ontdekken hoe je nu precies een gewone boekwinkel moet runnen. Dat ging met vallen en opstaan. Hoeveel exemplaren van de nieuwe Baldacci heb je nodig in de eerste uitzet? Vrijwel automatisch vulde ik de eerste keer meteen drieduizend exemplaren in. Oeps…. Oh nee, dat zal voor Almere-Haven wel iets te veel zijn voor de eerste drie dagen. De eerste jaren als zelfstandig ondernemer was een tijd van ontdekken, verschillende balletjes in de lucht houden, gaten dichten, leven tussen hoop en vrees en soms zelfs puur overleven. Begin vorig jaar kwam de omslag en ben ik gestopt met denken als een winkelier in Almere-Haven. Ik besloot veel meer terug te grijpen op mijn manier van werken op het Centraal Station en Schiphol. Vreemd genoeg blijkt het te werken als je soms meer uitgaat van presentatie dan van het product zelf. Wat ik ook op Schiphol had ontdekt, bleek een meter meer naar links of rechts vaak een wereld van verschil. Van boeken heb ik bovengemiddeld veel verstand. Vraag om een titel en ik weet waar die ligt en hoeveel wij er nog van hebben. Ik weet de prijs, de uitgever en bij benadering hoeveel wij er al van hebben verkocht. Waar het boek over gaat en wat de oudere titels zijn van de desbetreffende auteur. Dat helpt enorm, maar is niet het meest bepalende aspect. Het is belangrijker waar het boek ligt, naast welke andere titels je het hebt geplaatst en vooral om het boek niet te lang op dezelfde plek te laten liggen. Dit zijn wij dit jaar ook gaan doen met de tijdschriften. Meer nadenken over het hoe en waarom. Op welke plek komen de puzzelbladen het best tot hun recht. Wat kopen de klanten die puzzelbladen willen nog meer? Welke route lopen ze en welke boeken of wenskaarten zien ze dan? Wat doe je in de eerste meters van je winkel wat plotseling een positief of negatief effect heeft op je puzzelbladen? Waarom verkopen je autobladen minder nu je de computerbladen een plank naar beneden hebt verplaatst? Waarom verkopen de sportbladen juist weer een stuk beter? Hoe kan je zorgen dat de autobladen weer beter verkopen, zonder dat de stijging van computerbladen en sportbladen teniet wordt gedaan? Kan het verplaatsen van die ene boekentafel daarin een rol hebben gespeeld? Door het Top 10 meubel naar die nieuwe plek te verschuiven, verkopen wij plotseling veel meer kantoor- en schrijfwaren maar duidelijk minder cadeaukaarten.

Door veel van deze vragen te stellen, je ogen open te houden voor de kleinste details, dingen te durven veranderen, radicaal knopen door te hakken en nieuwe producten in te kopen die je winkel versterken en ervoor zorgen dat je klanten nog meer aan je winkel blijven verbonden, bleek het mogelijk om de omzet boeken, wenskaarten, kantoor- en schrijfwaren en tijdschriften aanzienlijk te verhogen. Mijn boekenindex is t.o.v. vorig jaar nu ruim 125%. Met tijdschriften heb ik met name bij Aldipress een enorme stijging. Omdat zij meewerken, meedenken en een doorlopende stroom van cijfers kunnen en willen produceren. Daarom is 2019 mijn beste jaar in tijdschriften ooit. In percentage een stijging die ik zelfs op Schiphol nog nooit heb kunnen realiseren. Met de wetenschap dat het proces nooit klaar is. Volgend jaar gaan we verder. De autobladen moeten misschien een paar meter naar rechts, zodat wij daar kunnen groeien en de omzetstijging van de woonbladen niet in de weg staan. Door die nieuwe kaartenmolen van Bekking & Blitz verkoop ik plotseling veel meer notebooks van Paperblanks en zie ik tevens een stijging in de dure kunsttijdschriften. Ken je klanten, ken je winkel, ken de markt, ken je leveranciers. Weet welke producten je nodig hebt in combinatie met je bestaande assortiment. Het lijkt zo logisch, maar is soms waanzinnig moeilijk.

Het is een intrigerend proces en het is voor mij als ondernemer heerlijk dat ik door een beetje te persen nog steeds geweldig kan poepen.

 

(Foto: Charisse Kenion. Gebruikt met toestemming.)

Column: Bowlen

Ik woon samen met twee vrouwen, waarvan de jongste inmiddels zestien is. Haar moeder komt uit een gezin van Feijenoord fans, maar vertelde altijd trots dat zij als enige voor Ajax was. Geen idee waarom, maar zo was het gewoon. Haar familie komt uit Zeeland, dus dan kan je het ze niet kwalijk nemen dat ze niet allemaal verstand van voetbal hebben. Nou bleef het ‘voor Ajax zijn’ bij Astrid wel redelijk beperkt tot die ene zin. Ze was wel voor Ajax, maar voor de rest gaf ze er geen donder om. Ze keek niet naar voetbal, vroeg ook nooit aan mij of ze gewonnen hadden of tegen wie ze het volgende weekend moesten spelen. Nou kon ze aan mijn humeur meestal wel aflezen of Ajax had gewonnen of verloren. Alleen een gelijkspel was wat lastiger te interpreteren. Dat ik naar voetbal keek en soms wel eens een klein beetje hard kon juichen, werd mij vergeven. Tenzij Astrid en Johanna daar wakker van werden en daardoor steeds iets minder voor Ajax waren.

“Is er nou alweer voetbal?” was dan ook een vaak gehoorde klacht bij mij thuis. Vreemd trouwens, want bij ons kijkt vrijwel nooit iemand naar de televisie. Alleen ik. Naar Ajax. En als ik er zin in heb naar Manchester City, Barcelona, Liverpool of een willekeurige topper uit de Premier League. Of soms de Spaanse competitie. Of heel soms de Duitse Bundesliga. Of de Amerikaanse competitie, maar alleen omdat Frank de Boer daar trainer is. En vanwege Zlatan. Zelf kijken de dames het liefst op hun laptop of tablet naar een serie op Netflix. Mooi toch? Wie heeft er dan last van het feit dat ik naar Ajax kijk?

Na vele jaren van in mijn eentje naar Ajax kijken – wat overigens heel erg fijn is – begon Johanna ergens tijdens het vorige Champions League seizoen plotseling interesse in voetbal te krijgen. Met name in Ajax. Wat niet vreemd is gezien het feit dat ze weliswaar een Zeeuwse moeder heeft, maar wel degelijk in Amsterdam is geboren. Plotseling vertelde ze mij dat Ajax vanavond tegen Real Madrid ging spelen met Tadic in de spits. Huh? “Heb je nou je zin?”, snauwde Astrid mij meteen toe. “Je hebt mijn kind verpest.” Ik stamelde iets van sorry, maar had geen idee hoe dit was ontstaan. Het Ajax-virus had haar te pakken. Ik denk trouwens niet via mij maar via haar collega’s van de winkel waar ze sinds kort werkte naast haar studie. Een paar uurtjes per week, maar daar werd blijkbaar veel over Ajax gesproken. Daarnaast speelde mee dat ze die Donny van de Beek wel héél erg leuk vond. Bij mij veranderde diens naam meteen in Donnyponny, wat mij regelmatig een paar dodelijke blikken opleverde.Maar ze wist binnen een paar dagen alle namen van alle spelers uit haar hoofd, zelfs inclusief hun rugnummers. Ze volgde Ajax en een paar spelers op Instagram en stuurde mij plotseling Whatsappjes met het laatste nieuws over Ziyech en Frenkie de Jong.

Johanna een Ajax-fan. We noemen haar al sinds jaar en dag Jootje, dus feitelijk had ik het al eerder moeten zien aankomen. Het is echter reuze gezellig, samen op de bank naar Ajax kijken. Ze snapt de spelregels inmiddels aardig. De bal moet in het doel. Zoveel mogelijk in het doel van die keeper die niet van Ajax is. Hoe simpel kan het zijn? Met buitenspel had en heeft ze het moeilijker. “Buitenspel? Die bal ligt toch gewoon midden op het veld, hoe kan het dan buitenspel zijn. En waarom krijgt Ajax dan geen ingooi?”. Inmiddels weet ze een beetje hoe het zit, of doet ze alsof. Ze heeft het er in ieder geval niet meer over. Wel krijg ik soms een andere indringende vraag. Bij de start van de tweede helft tegen PAOK bijvoorbeeld. “Wisselen ze altijd van speelhelft na de rust?”. Dat kon ik nog afdoen met een simpele knik van mijn hoofd. “Wisselen ze dan ook van dug-out?” was de volgende vraag. Tja… het blijft natuurlijk gewoon een meisje. Gisteren tijdens de wedstrijd tegen Apoel had ze er weer eentje. Ze zag beide keepers de bal vaak uitrollen naar een verdediger en vroeg plotseling: “Kunnen keepers ook goed bowlen?”.

Haar liefde voor Donny van de Beek is de afgelopen maanden blijven groeien. Het idee dat hij misschien zou vertrekken was haast onverdraaglijk. Wilde ze dan nog wel voor Ajax zijn? Of sowieso nog naar voetbal kijken? Gisteren verzuimde Van de Beek tot twee keer toe een medespeler alleen voor de keeper te zetten. “Potverdorie!”, schreeuwde Johanna het uit. “Misschien moeten ze hem gewoon alsnog verkopen!”

De voetballerij…. Het is een keiharde wereld.

Scroll naar top